Frank Jacobs

journalist, schrijver en autojournalist

  • Artikelen
    • De Naardense moordzaak
    • Lost in Transition: energietransitie, maar dan?
    • Karin Slaughter over Tesla
    • Dodenvlucht Neptune 212 wellicht diefstal
    • Neptune 212: dodenvlucht boven Katwijk
    • Dakota 079: de weggemoffelde vliegramp van Biak
    • Het duistere verleden van BMW-familie Quandt
    • Religieuze moord op zee: het geheim van de KW 171
    • Ferdinand Piëch, de geniale megalomaan van Volkswagen
    • Volkswagen: familievetes en stoeltjewip
    • De verdwenen Porsche van James Dean
    • Terugkeer van een dode baron (2)
    • Terugkeer van een dode baron
    • Portfolio
  • Columns
    • Waarom de flitsmarathon onzin en bangmakerij is
    • Dieren mogen worden doodgereden, vindt de Provincie Zuid-Holland
    • Waarom kernenergie een heel slecht idee is
    • Armoede? Je hebt geen idee wat dat is
    • #NederlandVleesland
    • Omgekeerde vlaggen en boerenzakdoeken: zo herken je de simpelen van geest
    • Armoede los je zo op
    • Veevervoer? Complimenten aan Schiphol!
    • Eva Vlaardingerbroek, ga dansjes doen op TikTok
    • Paybacktime
    • Franse probleemjongeren welkom in Nederland
    • Windmolenparken op zee
    • Zijn katten invasieve exoten?
    • Zijn wielrenners asociaal?
    • Second Love: daten voor proleten
    • NewSpace: hoogplassen voor miljardairs
    • Corona: de aarde haalt opgelucht adem
    • Corona: een lesje in bescheidenheid
    • Corona: de zeven pluspunten
    • 2019 en mijn ingebeelde vriend
    • Zwarte Piet? Zand erover
    • De leugens van Koos Spee
    • Foei Halsema!
    • Een dagje aan het strand
    • De mysterieuze verdwijning van Anja Schaap: wat houdt de politie achter?
    • Wannabe-journalisten
    • Thierry Baudet: omfloerste poep
    • Arbeidsparticipatie: een pakketje schroot met een dun laagje chroom
    • Like me of zwijg
    • Vuurwerk? Rot op!
    • Lisette Vroege slachtoffer orgaanhandel?
    • Waarom Schiphol op zee bezopen is
    • Duitsland huichelland
    • Referendum: onderbuikdenkers aan de macht
    • Social influencers
    • Coen was een held
    • Aangifte doen is voor mietjes
    • 2018, het jaar van het non-nieuws
    • Wanneer wordt Lisette Vroege gevonden?
    • Waarom een dierenleven meer waard is dan een mensenleven
    • Boom!
    • Brexit? We still love you!
    • De opkomst van de tekschrijver, de ondergang van de journalist
    • Autojournalist
    • Dit is er mis met grote organisaties
    • Plastic tasjes
    • De armoedegolf van 2035: Zelfstandigen Zonder Perspectief
    • Verlengstuk
    • Vel d’Hiv: hoe bootvluchtelingen je vakantie bederven
    • Terug in je kist!
  • Korte verhalen
    • Op Slot – kort verhaal
    • De Laatste Pomp – kort verhaal
    • Ik deel hier de lakens uit – kort verhaal
    • Broedertwist – kort verhaal
  • Foto
    • Photography
  • Video
    • Documentaires
    • Autoweek TV
    • Fifth Gear Europe
    • Tuf-tuf Club op TV
  • Contact
    • Over Frank
    • Contact
    • English
    • Français
    • Deutsch
  • Email
  • Facebook
  • Google+
  • Instagram
  • LinkedIn
  • Twitter
  • YouTube
Contact

Afval – de vloek van borderline (fragment uit hoofdstuk 20)

30 juni 2013 door Frank Jacobs Reageer

Rachels moeder bewoonde een minuscuul flatje aan de zuidkant van Hoorn. Het was vlakbij de oever van het IJsselmeer, maar de natuur was zo gemeen geweest een rij hoge bomen neer te zetten die er voor zorgde dat ze het water net niet kon zien. Ter compensatie keek Marije uit op een Total-tankstation en had ze een dochter gekregen die alles verprutste wat er in het leven te verknallen viel. Rachel ging regelmatig prat op de gefortuneerde joodse dynastie waar ze van afstamde, maar die rijke komaf wist Marije goed te verbergen. Haar studentikoze flatje was schaars gemeubileerd met oude rommel en Marije keek altijd uit haar ogen alsof ze verwachtte morgen dood te gaan. Alles wat ze zei sprak ze net iets te langzaam uit, alsof ze twijfelde of het wel verstandig was.
Toch mocht ik haar. Ze was van nature goed, geloof ik, maar leek de hoop te hebben opgegeven dat het ooit nog wat zou gaan worden met de wereld om haar heen. En als haar oudste dochter in die wereld een belangrijke rol speelde, kon ik Marije niet eens meer ongelijk geven.
Gelukkig had ze Paul, een gepensioneerde boekhouder met wie ze een soort latrelatie had. Paul genoot van het leven, meestal in zijn eigen, vooroorlogse huis in Alkmaar, maar een paar dagen per week kwam hij wat van zijn levensvreugde in Hoorn delen. Hij begroette ons vanuit het jaren zestig-keukentje, waar hij zich tussen het gasfornuis en de koelkast in had gepropt en in een pan spaghettisaus stond te roeren. Marije zat somber kijkend op de gehavende bank Gilles te flessen. Rachel trok haar jas uit, nam de mijne van me over en legde ze op Marije’s bed in de bezemkast die als slaapkamer diende.
‘Hebben jullie al gegeten?,’ bulderde Paul vanuit het poppenhuiskeukentje. Ik keek Rachel vragend aan. Ze had inmiddels een fles rode wijn ontdekt en stond met de kurkentrekker te prutsen.
‘Nee, eigenlijk niet,’ riep Rachel terug.
‘Ik kan wel wat extra saus maken hoor, geen moeite. Het gehakt zit er nog niet in, dus ik kan een deel vegetarisch houden.’
Rachel wierp me een vragende blik toe. Ik knikte terug: prima.
‘Ja graag, dank je.’ Rachel had inmiddels de wijnfles open en schonk zichzelf een flinke bel in.
Vanuit de keuken: ‘Leuk!’
Paul vond werkelijk alles leuk, dat vond ik zo leuk aan die man.
Ik had naast Marije plaats genomen op de bank en probeerde mij te concentreren op het NOS-journaal dat net was begonnen. Amateurfilmpjes van de facebook-veldslag in Haren flikkerden op de oude portable beeldbuistelevisie, die de helft van de eettafel innam. Ik putte er een vaag genoegen uit te zien dat ik niet de enige was die in een gekkenhuis verzeild kon raken. Marije keek apathisch mee en schudde met haar hoofd. Ze vroeg haar dochter of ze Gilles even over kon nemen, maar Rachel was net bezig haar tweede bel wijn in te schenken. Ik strekte mijn arm uit en Marije gaf haar kleinzoon aan mij door.
Toen op het scherm Philippe Gilbert op de Cauberg op zijn wereldkampioenschap wielrennen afstevende, kwam Paul met zijn pan spaghetti de kamer in en schonk Rachel het laatste restje rode wijn in haar glas.
‘Hebben jullie nog een fles?’, vroeg ze aan niemand in het bijzonder.
Marije keek haar dochter somber aan, met een onmiskenbaar vleugje verwijt: ‘Nee, Rachel.’ Ze benadrukte het woord nee. ‘Die fles hadden Paul en ik voor onszelf voor vanavond gekocht.’
Rachel keek beteuterd terug en verlegde haar aandacht toen naar haar zoon in mijn armen. ‘Gilles is moe. Ik denk dat het beter is dat we naar huis gaan, dan kan hij in zijn eigen bedje slapen.’ Ze zat op haar knieën tegenover mij en daardoor ontging het haar dat Paul mij met een wat-maak-je-me-nou?-blik aankeek.
‘Maar het eten is net klaar!’ De altijd optimistische Paul kon zijn irritatie niet meer verhullen. Blijkbaar vond hij toch niet alles leuk.
‘Ik heb thuis nog wel wat in de diepvries liggen,’ antwoordde Rachel, alsof dat op dit moment Pauls zorg was.
Marije zuchtte, maar mengde zich er niet in. Ze kende haar dochter waarschijnlijk lang genoeg om te weten waar Rachels haast werkelijk vandaan kwam.



Als ik op dat gebied nog twijfels had gehad, dan waren die in de auto al snel weggenomen. We reden op de A7 richting Amsterdam en ik hield me min of meer aan de maximum snelheid, maar Rachel leek haar eeuwige angst voor autorijden ineens overwonnen te hebben. Ze boog zich vanaf de achterbank voorover tussen de voorstoelen door en wierp een blik op de snelheidsmeter.
‘Wat rij je langzaam. Dat kan toch wel wat sneller?’
Ik keek verbaasd achterom. ‘Wat jij wilt, Rach.’ Ik schakelde terug, trapte het gas in en voerde de snelheid op tot zo’n honderdzestig.
‘Is dat alles?’ Ondanks alles verbaasde ze me.

Dankzij mijn zware rechtervoet kon Rachel nog voor het half tien was een nieuwe fles witte wijn uit mijn koelkast aanbreken, terwijl ik de slapende Gilles van de Maxicosi overhevelde naar het campingbedje in mijn slaapkamer.
Het moet op zijn hoogst een kwartier hebben geduurd om Gilles te verschonen, in zijn pyjama te hijsen en weer in slaap te sussen. Maar toen ik mijn keuken in kwam, stond Rachel wat onvast tegen de reling van het grote raam te leunen. Het bodempje vloeistof in het glas dat ze in haar linkerhand hield, wiebelde op en neer. Met haar rechter hand prutste ze met iets wat ik aanvankelijk niet thuis kon brengen. Voor het eerst sinds juli zag ik weer die lodderige, afwezige blik in haar ogen en daarmee verdween mijn laatste beetje hoop dat dit een korte, eenmalige terugval was. De waardeloze Rachel die ik ruim twee maanden eerder de deur uit had geschopt, was in al haar mistroostige glorie terug. Ik probeerde de juiste woorden te vinden, maar kon er niet op komen.
Toen zag ik wat ze in haar rechterhand had. Rachel had mijn iPhone te pakken gekregen en zat er doorheen te scrollen.
‘Wat doe je?’
Rachel keek naar me op, leek even tijd nodig te hebben om tot zich door te laten dringen wie ik was en wat ik had gevraagd, en ging toen verder waar ze mee bezig was. ‘Ik kijk gewoon even wat je met je blondies bespreekt.’
‘Geef mijn telefoon hier!’
Rachel liet zich niet van de wijs brengen. ‘Niks ervan.’
Ik zette een stap in haar richting en stak mijn hand uit. ‘Hier!’
‘Heb je geheimen voor me?’ Ze lachte, mysterieus maar minzaam.
Op dat moment schoot ik op haar af, pakte Rachel bij haar pols en rukte mijn telefoon uit haar hand. Ze verzette zich en haar wijnglas kletterde op de grond. Als een wonder bleef het heel. Ik keek op het scherm en zag dat ze door mijn whatsapp-contacten had staan scrollen. Daardoor zag ik haar hand niet aankomen.

Dit is een fragment uit de roman Afval, over de vernietigende werking van borderline op een jonge moeder en haar pasgeboren kind.

Afval – de vloek van borderline (fragment uit hoofdstuk 15)

30 juni 2013 door Frank Jacobs Reageer

Ondanks haar benevelde brein ontgingen de diepe bassen van de overkant van het Weerwater haar niet. Het Freefestival draaide warm en Rachel had er zin in. Ik had eerder in de week kaarten proberen te krijgen, maar het was volledig uitverkocht. Rachel had daar toen teleurgesteld in berust, maar wanneer ze in een staat was zoals nu, stond berusten niet op haar repertoire.
‘We moeten nog even oppas zien te regelen voordat we naar het festival gaan,’ lodderde ze.
‘Het is uitverkocht, Rach.’
‘Flauwekul. Het is gratis. Hoe kan iets dat gratis is uitverkocht zijn?’
‘De kaarten zijn gratis. Maar ze werken alleen met kaarten, dat heeft met veiligheidsvoorschriften te maken. Er mogen niet meer dan zoveel mensen binnen van de brandweer.’
‘Wat maken wij tweeën dan nog uit op zo’n menigte. En jij kent toch belangrijke mensen in de stad?’ Was ze in haar strijd tegen de drank maar zo volhardend.
‘Vol is vol, Rachel.’
Ze keek me aan alsof ze net een slok azijn had binnengekregen, in plaats van wijn. ‘Gatver, je klinkt net als die griezel Wilders.’
‘Fortuyn heeft dat gezegd, Rach.’ Een zurige poeplucht begon bezit te nemen van de kamer, dus ik plukte Gilles van de vloer en liep met hem naar zijn kamertje om hem te verschonen. Hij had er flink werk van gemaakt en ik was wel even bezig. In de woonkamer hoorde ik Rachel praten, maar verstaan kon ik haar niet. Toen ik terugkwam, stond ze beteuterd naar haar telefoon te kijken.
‘Harald en Mirjam kunnen niet. En die meiden van de elfde ook niet.’
Ik wilde haar net vragen wat ze bedoelde, maar voordat ik dat kon doen, drong het antwoord tot me door. ‘Rachel, ga nou niemand meer bellen. Je klinkt wat vreemd. En het is zo zinloos, we komen toch niet binnen. Dat heb ik je net toch al uitgelegd?’
‘Oh nee?’ Haar ingehouden frustratie begon plaats te maken voor onverhulde woede tegen mij, voelde ik. ‘Ben jij nou een vent?’ Ze verhief haar stem. ‘Een echte man zorgt dat zijn vrouw krijgt wat ze wilt. Jij bent een opgever!’ Ze snoof demonstratief, maar verslikte zich en kreeg een hoestbui. ‘Ik regel het zelf wel.’
Ze stapte in haar teenslippers, stampte de overloop op en knalde met veel geweld de voordeur achter zich dicht. Gilles schrok en zette het op een schreeuwen. Ik pakte hem op uit de box en probeerde hem te sussen, terwijl ik me afvroeg wat Rachel dacht te kunnen gaan regelen.
Het antwoord kwam een kwartier later, in de vorm van Rachel zelf, die weer een beetje leek te zijn afgekoeld. ‘Ik ben even bij Jules geweest.’
Jules, uitgesproken als “Sjuul”, was een ras-Amsterdammer die met vrouw en zoon in onze flat woonde en aan de overkant van de straat een snackbar exploiteerde. ‘Die zit tenslotte in de horeca.’
Ondanks de gespannen situatie kon ik een lach amper onderdrukken. Mijn cynisme had ik niet meer onder controle, maar ze was toch te ver heen om dat te proeven, vermoedde ik. ‘Dat is waar ook, hij zit in de horeca, dan moet Jules wel kunnen regelen dat we binnenkomen.’
Rachel keek me aan alsof ik een halve zool was. ‘Nee. Maar zijn zoon gaat er wel heen, dus misschien weet die het.’ Ze schopte driftig de slippers van haar voeten, waarbij ze op een haar na haar evenwicht verloor. ‘Maar hij was er niet.’
Ze slofte naar het kookeiland en sloeg de rest van haar glas wijn achterover. ‘Als hij iets weet, komt hij even langs.’ Kijk, aan het eind van elke tunnel is licht. ‘En anders kijk ik iemand van de bewaking wel lief aan.’ Ze fakete haar beroemde glimlach, maar miste de gebruikelijke uitstraling. Ik moest vanbinnen lachen. Geen enkele beveiligingsmedewerker die zijn werk serieus neemt, zou iemand in haar huidige staat binnenlaten, al had ze honderd VIP-kaarten, een aanbeveling van Maxima en een doorgeladen Kalashnikov onder haar arm.
Het weer was ten opzichte van de dag ervoor volledig omgeslagen. De lucht was onheilspellend donker en het regende al zeker een uur. Ineens schoot mij de ideale oplossing voor deze verrekte rotsituatie te binnen. Alleen al omdat Rachel hard toe was aan een verfrissende regenbui op haar driftige, dronken kop.
‘Ik heb een idee.’
Rachel stond te prutsen met haar vrijwel lege aansteker, maar hield daar meteen mee op om mij aandachtig aan te kijken. ‘Nou?’
‘We gaan er met z’n drieën naartoe. Te voet, ik kan wel wat frisse lucht gebruiken. En jij ook.’ Een vuile blik was mijn deel. ‘Jij probeert jezelf binnen te lullen, en als dat je werkelijk lukt, wat je zelf gelooft, blijf jij lekker feest vieren en wandel ik met Gilles terug. Dan heb je meteen oppas. Je mag thuiskomen zo laat als je wilt.’
Rachel gooide de aansteker en sigaret op het aanrecht en zette haar handen in haar zij, met die voor haar zo kenmerkende, scheve en wankele houding, en keek me door tot spleetjes geknepen ogen een moment aan, alsof ze mijn oprechtheid taxeerde. ‘Deal.’

Na het middagslaapje van Gilles en het ochtendroes-uitslapen van Rachel vertrok de karavaan ellende richting het festivalterrein, een wandeling van een kilometer of twee langs de westoever van het meer. Het weer was nog net zo somber als die ochtend, maar Rachel was haar boosheid volledig vergeten. Elke paar meter hield ze stil en begon ze me, midden op straat, vol op de mond te tongzoenen, als een puber achter het fietsenhok. Hoewel onze verhouding inmiddels geen geheim meer was, vond ik het toch een beetje gênant om vrijwel onder het raam van onze halve flat zo over straat te gaan. Maar Rachels libido borrelde weer als een IJslandse geiser.
We waren op zo’n driekwart van het traject toen dezelfde onverlaat als de dag ervoor in de machinekamer van Rachel de stabilisatoren uitschakelde. Ze liep een paar meter voor me uit, en van het ene op het andere moment begon ze te slingeren. Ik versnelde mijn tempo en liep op haar in, de kinderwagen voor me uit duwend, en pakte haar bij haar arm.
‘Rachel, je waggelt weer.’
Ze keek me vragend aan, haar gezicht zag eruit of het van was was en net even te lang in de warme zon had gestaan. Dat kwam niet alleen doordat het nat was. ‘Ik ben een beetje aangeschoten, denk ik.’
‘Een beetje ja. We lopen terug naar huis. Hou je goed aan mijn arm vast en probeer stabiel te blijven. De hele flat ziet ons zo meteen lopen en het zou doodzonde zijn als het stempel alcoholist opgedrukt krijgt, uitgerekend de laatste dag dat je nog drinkt.’
‘Morgen drinken we helemaal niks meer. Rotwijn.’ Ze klemde zich aan mijn bovenarm vast en druipend van de regen sjokten we terug naar huis, waar ze net als de dag ervoor op mijn bed plofte en als een blok in slaap viel. En net als de dag ervoor sliep ze een paar uur lang haar roes uit, terwijl ik Gilles onder mijn hoede had.
De avond brachten we in haar appartement door en daar dronk Rachel haar zwanendronk.

Dit is een fragment uit Afval, een zwart-komische roman over de vernietigende gevolgen van de persoonlijkheidsstoornis borderline.

Frank Jacobs is ein Niederländischer Journalist und arbeitet für mehrere Zeitungen, Illustrierten und Newssites. Er ist auch Moderator bei AutoWeek TV und Discovery Channel. Frank ist absolviert in Automobilwirdschaft und Französisch und lebte und arbeitete Jahren in Deutschland, Frankreich, Spanien und England. Er kennt sich in vielen Fachgebieten hervorragend aus und seins Spezialitäten sind Autos, Automobilwirdschaft, Musik, Literatur und Geschichte. Frank spricht fliessend Niederländisch, Deutsch, Englisch und Französisch und beherrscht alle crossmedia-Disziplinen.[gravityform id=”4″ title=”true” description=”true”]

 

https://www.frankjacobs.nl/578-2/

Frank Jacobs est un journaliste Neérlandais qui écrit pour plusieurs journaux, hebdamodaires et sites d’actualités et est présentateur TV chez AutoWeek TV et Discovery Channel. Frank a fait ses études d’automobiles et Françaises et a vecu en France, Allemagne, Espagne et Angleterre. Il parle fluamment Néerlandais, Français, Allemand et Anglais. Frank se connaît dans des domaines très divers, ses spécialités sont le monde automobile, musique, litérature et histoire. Il maîtrise tous les disciplines crossmédia. [gravityform id=”2″ title=”true” description=”true”]

 

https://www.frankjacobs.nl/569-2/

Pa, je had gelijk

24 maart 2011 door Frank Jacobs Reageer

Ik kom uit een redelijk welgesteld nest. Mijn vader zorgde altijd goed voor zichzelf, en, eerlijk is eerlijk, ook voor ons. Mijn ouderlijk huis was altijd een kast van een villa, later zelfs met een binnenzwembad. Maar mijn vader had een vreemd soort zuinigheid. Zo kocht hij, zodra hij het zich kon permitteren, redelijk dikke auto’s, maar die reed hij vervolgens wel helemaal op, zonder enige vorm van onderhoud. Allemaal onzin, vond hij.
We gingen vaak op vakantie, maar altijd met een bordkartonnen Adria-caravan op uitgedroogde slicks, volgestouwd met Aldi-proviand. En de Eiffeltoren was volgens mijn vader veel indrukwekkender vanaf de grond gezien. Lees: beklimmen kost geld. Een irritante tic die uit die zuinigheid voortvloeide, was dat mijn vader bij elk stoplicht de motor uitschakelde, om de contactsleutel pas weer om te draaien wanneer het licht op groen sprong. Zodra mijn broer en ik een beetje verstand van auto’s meenden te krijgen, leidde dat al gauw tot steeds terugkerende hilariteit vanaf de achterbank. Flauwekul, hoonden de snotjochies die we waren. Die paar druppels die het bespaart, ben je dik en dubbel weer kwijt om die motor weer aan de praat te krijgen. En wij hadden er verstand van, want wij verzamelden autofolders. Niet dat het indruk maakte; mijn vader is altijd van het type geweest dat dingen op zijn manier doet, al zingen Onze Lieve Heer, Beatrix en Julius Caesar in driestemmig koor dat hij het mis heeft. En die eigenschap is erfelijk, zodat mijn broer en ik totdat we het huis uit gingen zijn blijven zeiken over pa’s afwijking bij het stoplicht.



Maar dat is allemaal lang geleden. Mijn broer rijdt tegenwoordig in zo’n hybride stofzuiger en ikzelf heb van dat foldertjes verzamelen min of meer mijn beroep gemaakt. En pa? Hij heeft een vijftien jaar oude BMW 5-serie in de garage staan die – op de APK bij KwikFit na – nog nooit een werkplaats vanbinnen heeft gezien. En af en toe zit pa naast me in een testauto. En als we dan bij een stoplicht komen en het stop/startsysteem doet netjes zijn werk, dan probeer ik zijn blik te vermijden door strak voor me uit te kijken. Maar ik voel dan dat hij even naar me kijkt, glimlachend. Hij zegt niets, ik zwijg. Soms zijn woorden overbodig.

(deze column verscheen eerder op AutoWeek.nl)

Spooktruck

3 mei 2008 door Frank Jacobs Reageer

Mister, you’re threspassing!’

Als een slecht afgestelde kettingzaak snijdt de stem met dat typische southern accent door de bossen. Ik schrik, want ik dacht dat er behalve mij en collega Tim, met wie ik samen een kennismakingsrit met een nieuwe BMW aan het maken ben, in de verre omgeving geen mens is, daar op de grens van North en South Carolina. Amerikaanser kun je het niet treffen, realiseerde ik me even tevoren toen ik achterop een verkeersbord een sticker met “Fuck Bin Laden” aantrof.

Een roestige oude Plymouth is achter onze fonkelnieuwe BMW komen staan, een nog veel ouder vrouwtje hangt uit het raam. Half verwacht ik een revolver in haar hand, maar dat valt mee; blijkbaar kijk ik te veel roadmovies.
We hebben net twee stokoude, afgedankte Mack-trucks ontdekt, verlaten in de berm van de interstate. Intrigerend in al hun gehavendheid, en we zijn dan ook even gestopt om er wat foto’s van te maken. Maar dat bleef niet onopgemerkt bij ma’m. Ik loop naar de Plymouth en zak bij het open raam door mijn knieën. Twee grote jonge kerels maken het oude vrouwtje niet bang; onmiskenbare Yank-moed. Vijandig snauwt ze me toe dat die trucks van haar man zijn en dat we er van af moeten blijven. Ik leg haar uit dat we journalisten uit Europa zijn en alleen wat foto’s willen maken, omdat we die oude trucks zo mooi vinden.

Dat is het juiste antwoord, want meteen slaat haar stemming om. Mensen die haar trucks oké vinden, vindt zij ook oké, legt ze uit en ze stelt zich voor als Jerri. Ze begint meteen een heel verhaal over de verzameling van haar man die, geloof het of niet, Tom heet: 65 oude trucks, die over meer dan een mijl verspreid staan. Omdat ze er thuis de ruimte niet voor hebben. Naast hun huis staat er maar een, vertelt Jerri, en daar moeten we echt even naar komen kijken, dat is een heel bijzondere.

‘I don’t know if you guys believe in these kind of things,’ vervolgt ze haar verhaal. De aubergine-zwarte Mack die thuis staat, is van Don, een overleden vriend van haar man geweest. Jarenlang stond de mastodont mos te vergaren, tot op een ochtend het bestuurdersportier open stond. Onmogelijk, aldus Jerri, want hij was toch echt op slot en de sleutel lag binnen. Haar man geloofde dat Don nog één ritje in zijn Mack wilde maken en pakte de sleutel.

Jerri’s scherpe stem is nu bijna tot fluisterniveau afgezakt. ‘The dam’n thing just started immediately.’ Na jaren stilstand.



De rest van de dag toerde haar man door North Carolina, vertelt Jerri. ’s Avonds parkeerde hij de Mack weer naast zijn huis, deed hem op slot en de duistere kolos is nimmer meer van zijn plek geweest.

Je begrijpt dat we meteen het dal in rijden om de spooktruck te bekijken. Links en rechts zien we oude schoolbussen, Peterbilts, GMC’s en nog veel meer machines van weleer; het lijkt wel een scène uit “Trucks”, die film van Stephen King.

En inderdaad, de Mack van Don is de mooiste van allemaal. Scheef maar statig staat hij naast het huisje van Tom en Jerri. Nee, ik geloof niet in spoken, maar kan niet anders dan toegeven dat hij er uit ziet of hij elk moment weer kan aanslaan. Om Tim en mij met BMW en al te vermorzelen.

(deze column verscheen eerder op AutoWeek.nl)

  • « Vorige pagina
  • 1
  • …
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • Volgende pagina »

Over Frank Jacobs

Frank Jacobs (1966) is crossmediaal en multimediaal journalist en schrijft, fotografeert en filmt voor onder meer AutoWeek, NU.nl, Quest Historie, GTO Magazine en Lifestyle Almere. Daarnaast presenteert hij autoprogramma’s op AutoWeek TV en voorheen Discovery Channel.

Hij studeerde automobiel management en Frans en woonde en werkte jarenlang afwisselend in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Spanje.

Lees meer over Frank Jacobs.

Zoeken

  • Why Nuclear Energy is a Very Bad Idea
  • Waarom de flitsmarathon onzin en bangmakerij is
Copyright 2015 | Frank Jacobs | KvK Almere 62518755