Frank Jacobs (1966) is a dutch journalist, writing for several magazines and newspapers and presenting motoring shows on AutoWeek TV and Discovery Channel. He has a degree in automotive management and french language and culture and he lived for many years in France, Germany, Spain and the UK. He speaks, reads and writes fluent dutch, english, german and french. Frank had been working as a music producer, entertainer, gardening hardware importer, truck sales man, management advisor and researcher. He impressed Jeremy Clarkson with his website Tuftufclub.com and recently wrote his first novel about a woman suffering from borderline personality disorder. He now is working on his second novel, a historical thriller that is due to be realeased next year.[gravityform id=”3″ title=”true” description=”true”]
Fragment uit ‘De Andere Kant van het Graf’
Christine gaat weer liggen en sluit haar ogen, hopend dat de slaap snel bezit van haar zal nemen. Maar dat doet hij niet. Het verhaal van Ulrike heeft een wond in haar herinnering opengereten en terwijl buiten in Orchard Street het zoveelste dronkenmansconflict op de vuist wordt beslecht en Ulli luid ligt te snurken, dwalen Christines gedachten af naar die gruwelijke avond van een half jaar geleden, twee dagen voor kerstavond.
Opnieuw verlaat ze de burgemeesterswoning aan de Heksendans. Het is half elf en mevrouw heeft haar de rest van de avond vrijaf gegeven. Burgemeester van Wylick heeft baron Frits op bezoek en Christine heeft het gezelschap de hele avond bediend. Hoewel ze discreet genoeg is om geen acht te slaan op de inhoud van de gesprekken, is het haar niet ontgaan dat het geen vriendschappelijk onderhoud was tussen de burgemeester en de baron, de grote hoeveelheden drank die ze had geserveerd ten spijt. De wellustige blikken die de baron af en toe op haar had geworpen waren Christine, haar maagdelijke onschuld ten spijt, evenmin ontgaan. Ze prijst zich gelukkig dat deze dienst voorbij is en de koude winterlucht is een verademing na een avond in de sigarenrook.
Ze wil net het Veersepad in lopen, wanneer ze gehaaste voetstappen achter zich hoort. Christine schrikt en werpt een blik over haar schouder.
‘Christine, wacht, ik loop met je op.’
Het is baron Frits en hij lijkt wat moeilijk te lopen. Door het flakkerende licht van de straatlantaarns op de Heksendans werpt hij een vage schaduw voor zich uit. De dikke winterjas maakt zijn toch al rijzige gestalte nog kolossaler. Christines hart slaat een slag over, maar ze durft de baron niet te negeren, laat staan voor hem weg te lopen.
‘Mijnheer de baron, ik..’
Frits heeft haar inmiddels ingehaald en verspert haar de weg, wankelend op zijn benen. ‘Het is goed meisje,’ hijgt hij, ‘ik laat een jonge dame zo laat in het duister niet alleen over straat gaan.’
‘Maar mijnheer de baron, het zou toch ongepast zijn wanneer u met een eenvoudig dienstmeisje als ik op straat zou worden gezien?’
Frits laat zijn stemvolume tot een samenzweerderig gefluister dalen: ‘Daarom lopen we langs de oever van de Maas terug naar het dorp. Kom mee.’ Hij pakt haar bij de elleboog.
Christine is bang, maar kent haar positie en durft de baron daarom niet tegen te spreken. Bovendien weet ze dat jonkvrouw Louise, de vrouw van baron Frits, hun eerste kind verwacht. Ze laat zich door de baron via de veeropgang naar het donkere jaagpad leiden. Een ijzige wind komt over de rivier en doet de bladeren van de bomen naast het pad ritselen. Verder hoort ze alleen nog het geklots van het water, hun voetstappen en het zware ademhalen van de baron. Hoewel ze als dienstmeid van de burgemeester wel heeft geleerd om zich gepast op te stellen tegenover hoog heerschap, weet ze zich in deze onnatuurlijke situatie geen raad met haar houding.
De baron lijkt dat ondanks zijn benevelde toestand aan te voelen. ‘Je hoeft niet bang te zijn, Christine. Ik ben bij je.’ Hij slaat een arm om haar schouder, Christine huivert maar durft zich nog steeds niet te verzetten. In plaats daarvan versnelt ze haar tred een beetje, maar de baron verstevigt zijn grip op haar schouder. Christine kijkt stuurs voor zich uit, maar de plotselinge geur van sterkedrank en sigaren vertelt haar dat de baron zijn gezicht vlak bij haar hoofd buigt.
Seamus
Seamus loopt de poort van Villa Oeverberg uit, rechtsaf het Veersepad op, kleine stofwolkjes voor zich uit schoppend. Een oude vrouw die hem tegemoet komt, kijkt hem nieuwsgierig aan. Hij heft zijn hand en groet haar met een opgetogen ‘Hey!’. De vrouw weet zich geen houding te geven, mompelt wat terug en kijkt de vreemdeling na terwijl hij de kerk passeert. Voorbij het kasteel van zijn nieuwverworven vader gaat Seamus nog eens rechtsaf, aangetrokken door de glinstering van de rivier. Hij loopt in een boog om het kasteel en de daarachter gelegen voorraadschuren heen tot hij aan de noordkant bij de oever uitkomt. Daar stapt hij door het hoge gras een stukje terug stroomopwaarts. Ter hoogte van het poortje naar de kasteeltuin laat hij zich tegen de muur zakken, in de verkoelende schaduw van de drie bomen die als wachters aan het jaagpad staan. Twee vissers staan aan de drassige oever naar hun dobber te staren. De Maas stroomt grillig aan hun voeten voorbij en het valt Seamus op dat hij niet eens zo gek veel verschilt van de Platte River. Hij zal hier best kunnen wennen en de landerijen van de baron zullen hem daarbij behulpzaam zijn.
Het is alleen nog even wachten op de Dood, die hier aanstonds voorbij zal schrijden en Seamus vriendelijk toe zal knikken, om vervolgens verder te lopen naar villa Oeverberg, van waar hij baron Frits mee zal nemen naar zijn koude, zwarte rijk der vergetelheid.
Documentaire: 55 jaar Mini in Nederland
De documentaire ’55 jaar Mini in Nederland’. Teksten, script en presentatie door Frank Jacobs:
Volksgericht
“Freek!” Ze schreeuwt zijn naam uit en Freek kent zijn vrouw lang genoeg om nog voor de nagalm verstomd is te weten dat het goed mis is met Marly. Ze moet nog bijna twee maanden, maar wanneer je één miskraam hebt meegemaakt, blijf je de rest van je leven argwanend tegenover uitgerekende datums. Freeks hart slaat een slag over. Hij springt op uit zijn stoel, die achterover valt. De klap van het zware, eikenhouten meubelstuk op de plavuizen hoort Freek niet, omdat die wordt overstemd door een nieuwe, paniekerige schreeuw van Marly. Freek stormt door de gang naar de woonkamer, waar hij zijn vrouw onderuitgezakt op de bank aantreft. Ze trilt, haar gezicht is kletsnat van het zweet, haar ogen schieten angst.
“Het gaat weer mis”, zegt ze, huilend.
“We gaan meteen naar het ziekenhuis, dan bel ik onderweg wel dat we er aan komen.” Freek doet zijn best rustig te klinken, maar slaagt daar amper in. Hij pakt zijn vrouw bij de arm, terwijl hij met zijn vrije hand in zijn broekzak naar de sleutel van zijn Lexus zoekt. Godzijdank wonen ze gelijkvloers en staat de auto vandaag toevallig vlak voor de deur..
Wees gerust, ik verzin het ter plekke. En als jullie er op staan, verzin ik er ook nog een happy end achteraan. Het is tenslotte bijna weekend. Maar wat ik niet verzin, is dat dit zomaar het verhaal zou kunnen zijn achter de persoon die gisteren landelijk nieuws was omdat een krant het wel lekker vond bekken om hem met kenteken en al als ‘aso’ op de voorpagina te zetten.
En daarom ben ik altijd zo verbaasd wanneer ik in de file mensen zie die andere mensen hinderen die via de vluchtstrook naar de afrit rijden. Natuurlijk zijn het negen van de tien keren aso’s, maar daar hebben we een politieapparaat tegen. Nog niet zo lang geleden schreef dezelfde krant die onze Freek nu als aso neerzet, schande over weggebruikers die ouders, die over de vluchtstrook naar hun stervend kind reden, uitscholden. Snappen jullie het nog?
Oh ja, en voor ik het vergeet: Freek en Marly hebben het ziekenhuis gehaald en zijn inmiddels de trotse ouders van een prachtige dochter. Ze heet Mira. Ze ligt in de couveuse, maar is kerngezond. Tja, en wat maakt het dan nog uit dat die stomme Lexus vanmorgen met ingeslagen ruiten en het woord ‘ASO’ in de motorkap gekrast voor de deur stond?
(deze column verscheen eerder op AutoWeek.nl)
Afval – roman over borderline (synopsis)
Mark Kerkhofs zoekt na zijn scheiding afleiding in een onstuimige relatie met een op het eerste oog onweerstaanbare buurvrouw en alleenstaande moeder. De eerste tijd is het leven met haar één groot feest, maar net als Mark echte gevoelens voor Rachel krijgt, begint ze weg te zakken in buitensporig drankgebruik. Mark wil haar van de alcohol af helpen, maar mist alle signalen die op iets nog veel ernstigers wijzen. In zijn strijd Rachel droog te leggen, voor haarzelf en vooral voor haar baby, merkt Mark niet dat hij steeds verder verstrikt raakt in een web van borderline, een zware persoonlijkheidsstoornis. Leugens, bedrog, diefstal, ziekelijke obsessies, drugs, perverse seks en louche types sluipen ongemerkt zijn leven binnen. Als hij zich eindelijk realiseert dat hij in een gekkenhuis is beland en dat de baby in levensgevaar verkeert, is Mark er te ver in meegezogen om zijn handen er zomaar vanaf te trekken. Even lijkt hem dat toch te lukken, maar dan blijkt dat een borderliner zich niet zomaar aan de kant laat zetten..
Afval is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. De auteur heeft het aan de hand van vele gesprekken met de betrokkenen, maar ook met andere slachtoffers en deskundigen, verwerkt tot een hard ironische, gitzwarte roman. Het ene moment een tragische komedie, dan weer een komische tragedie, die op een indringende wijze vertelt hoe een moeder zichzelf en haar pasgeboren kind de vernieling in werkt.
‘Waarom heb jij maar één soort douchegel in de badkamer staan?’, beet Rachel me toe, terwijl ze in mijn badjas, met een schuin hoofd haar haren afdrogend, mijn woonkamer binnen kwam lopen. ‘Mijn ex had altijd een hele rij flesjes staan. Een echte vent heeft allerlei verschillende geurtjes in de douche.’
Een echte vent wast zijn lijf met ossengalzeep. Behalve zijn lul, die laat hij schoonzuigen door zijn buurvrouw. Het lag op mijn lippen, maar waarom had ik nooit de kloten om dit soort dingen gewoon te zeggen?