Frank Jacobs

journalist, schrijver en autojournalist

  • Artikelen
    • De Naardense moordzaak
    • Lost in Transition: energietransitie, maar dan?
    • Karin Slaughter over Tesla
    • Dodenvlucht Neptune 212 wellicht diefstal
    • Neptune 212: dodenvlucht boven Katwijk
    • Dakota 079: de weggemoffelde vliegramp van Biak
    • Het duistere verleden van BMW-familie Quandt
    • Religieuze moord op zee: het geheim van de KW 171
    • Ferdinand Piëch, de geniale megalomaan van Volkswagen
    • Volkswagen: familievetes en stoeltjewip
    • De verdwenen Porsche van James Dean
    • Terugkeer van een dode baron (2)
    • Terugkeer van een dode baron
    • Portfolio
  • Columns
    • Waarom de flitsmarathon onzin en bangmakerij is
    • Dieren mogen worden doodgereden, vindt de Provincie Zuid-Holland
    • Waarom kernenergie een heel slecht idee is
    • Armoede? Je hebt geen idee wat dat is
    • #NederlandVleesland
    • Omgekeerde vlaggen en boerenzakdoeken: zo herken je de simpelen van geest
    • Armoede los je zo op
    • Veevervoer? Complimenten aan Schiphol!
    • Eva Vlaardingerbroek, ga dansjes doen op TikTok
    • Paybacktime
    • Franse probleemjongeren welkom in Nederland
    • Windmolenparken op zee
    • Zijn katten invasieve exoten?
    • Zijn wielrenners asociaal?
    • Second Love: daten voor proleten
    • NewSpace: hoogplassen voor miljardairs
    • Corona: de aarde haalt opgelucht adem
    • Corona: een lesje in bescheidenheid
    • Corona: de zeven pluspunten
    • 2019 en mijn ingebeelde vriend
    • Zwarte Piet? Zand erover
    • De leugens van Koos Spee
    • Foei Halsema!
    • Een dagje aan het strand
    • De mysterieuze verdwijning van Anja Schaap: wat houdt de politie achter?
    • Wannabe-journalisten
    • Thierry Baudet: omfloerste poep
    • Arbeidsparticipatie: een pakketje schroot met een dun laagje chroom
    • Like me of zwijg
    • Vuurwerk? Rot op!
    • Lisette Vroege slachtoffer orgaanhandel?
    • Waarom Schiphol op zee bezopen is
    • Duitsland huichelland
    • Referendum: onderbuikdenkers aan de macht
    • Social influencers
    • Coen was een held
    • Aangifte doen is voor mietjes
    • 2018, het jaar van het non-nieuws
    • Wanneer wordt Lisette Vroege gevonden?
    • Waarom een dierenleven meer waard is dan een mensenleven
    • Boom!
    • Brexit? We still love you!
    • De opkomst van de tekschrijver, de ondergang van de journalist
    • Autojournalist
    • Dit is er mis met grote organisaties
    • Plastic tasjes
    • De armoedegolf van 2035: Zelfstandigen Zonder Perspectief
    • Verlengstuk
    • Vel d’Hiv: hoe bootvluchtelingen je vakantie bederven
    • Terug in je kist!
  • Korte verhalen
    • Op Slot – kort verhaal
    • De Laatste Pomp – kort verhaal
    • Ik deel hier de lakens uit – kort verhaal
    • Broedertwist – kort verhaal
  • Foto
    • Photography
  • Video
    • Documentaires
    • Autoweek TV
    • Fifth Gear Europe
    • Tuf-tuf Club op TV
  • Contact
    • Over Frank
    • Contact
    • English
    • Français
    • Deutsch
  • Email
  • Facebook
  • Google+
  • Instagram
  • LinkedIn
  • Twitter
  • YouTube
Contact

Religieuze moord op zee: het geheim van de KW 171

18 december 2016 door Frank Jacobs Reageer

KW 171 Noordzee 5 Katwijk gekkenloggerRuim honderd jaar geleden draait de bemanning van een zeillogger midden op de Noordzee volledig door. Drie van hen worden door de rest op beestachtige wijze vermoord, waarna de overlevenden dagenlang, biddend en psalmen zingend, op het einde der tijden wachten. Wat bezielde de bemanning van de KW 171, de vissersboot die de geschiedenis in zou gaan als de gekkenlogger?

Langzaam en behoedzaam nadert het Noorse stoomschip Jonas Reid de stuurloos ronddobberende vissersboot. De kapitein staat aan bakboordzijde op de boeg en tuurt naar de zeillogger onder hem. Het is zondag 12 september 1915 op de Doggersbank, midden op de Noordzee, zo’n 130 mijl ten oosten van Scarborough. De Jonas Reid is de vorige dag vanuit Tyne vertrokken. Een half uur geleden kreeg de kapitein de vissersboot in het oog. Het bevreemdde hem dat de zeilen op volle zee waren gestreken. Maar toen hij dichterbij kwam, zag hij dat ze niet waren gestreken, maar aan flarden gescheurd. Onmiddellijk had hij de machinekamer commando gegeven de schroef stil te zetten en nu hij de vissersboot nadert, bekruipt de kapitein een onheilspellend voorgevoel.
Dat blijkt terecht. Wanneer de boot met de letters KW 171 op de romp nog een meter of twintig van de Jonas Reid verwijderd is, ziet de kapitein tot zijn ontzetting de enorme chaos op het dek. Niet alleen de zeilen zijn stuk, het hele schip is ontdaan van tuigages, luiken en katrollen. Een stuk of zes mannen zitten verspreid op het dek en beantwoorden zijn blik met grote, angstige ogen. Op het achterdek ziet de Noorse kapitein donkerrode vlekken; is dat bloed? Het duurt enkele seconden voor hij de eerste schrik te boven is en zijn bemanning tot de orde roept.

Einde der tijden
De KW 171 ‘Noordzee 5’ was een in 1906 gebouwde zeillogger uit Katwijk. Het besloten vissersdorp had geen eigen haven; in het verleden, toen nog gevist werd met de zogenaamde bomschuiten, werden de schepen eenvoudig op het strand getrokken. Nadat deze traditionele platbodems door modernere, snellere loggers waren vervangen, moest de Katwijkse vloot de wijk nemen naar een echte haven.
Dinsdag 3 augustus 1915 zette de KW 171 zeil vanuit IJmuiden. Het was de tweede reis met deze dertienkoppige bemanning, onder commando van de 39-jarige schipper Nicolaas (roepnaam Klaas) de Haas. Aan boord waren verder stuurman Pieter van Duijn (28), Jacob Jonker (33), Klaas Kuijt, matroos/kok Reijn Ros, diens dertienjarige zoon Arie Ros (afhouwertje), de broers Arie (28) en Leen (17) Vlieland, P. v/d Plas (43), P. Heemskerk (29), J. Kuijt (16), W. Huwwaard en de dertienjarige D. De Mol. Het team was goed op elkaar ingespeeld en er had tijdens de eerdere reis een prettige sfeer aan boord geheerst, vertelde de vrouw van de schipper in oktober 2015 tegen De Telegraaf.
Katwijk was in die jaren een besloten, streng gereformeerde gemeenschap. In de buitenwereld woedde de Eerste Wereldoorlog in alle hevigheid en hoewel Nederland neutraal was, bleven zijn gruwelen Katwijk niet bespaard. De zee, waarvan het dorp leefde, was door de vele mijnen levensgevaarlijk gebied en de lijken van de opvarenden van getorpedeerde schepen spoelden soms met honderden tegelijk aan op het strand. Door het bevindelijke geloof van de Katwijkers leidden dergelijke ervaringen tot de wildste verhalen; de Apocalyps zou aanstaande zijn, zo fluisterde menig dorpeling.
Over de vijf weken die volgden op het van wal steken van de KW 171 weten we weinig. De logger zette koers in noordwestelijke richting met bestemming Doggersbank, een visrijk gebied tussen Engeland en Denemarken. Waarschijnlijk hebben de dagen aan boord er aanvankelijk uit gezien als op alle andere Katwijkse vissersschepen uit die tijd: lange dagen hard werken, ’s avonds een maal van bonen, spek en rijst. Zes dagen per week, want ook buitengaats gold de zondag in die tijd als een religieus verplichte rustdag.



Huiveringwekkend verhaal
Het eerstvolgende teken van leven van de Noordzee 5 bereikt IJmuiden bij monde van de schipper van de KW 151 ‘De Hoop’, die in de havenplaats het huiveringwekkende verhaal vertelt van een ontmoeting, die hij enkele dagen eerder op volle zee had met de KW 171. Een aantal bemanningsleden van de Noordzee 5 was korte tijd bij hem aan boord geweest en had hem brieven overhandigd met het verzoek deze, teruggekeerd aan wal, naar Katwijk te sturen. De schipper had daarop verwonderd gevraagd of zij zelf niet ook op weg waren naar IJmuiden. Het antwoord deed hem nog meer versteld staan. “De Here God heeft Katwijk verwoest en van de aardbodem weggevaagd. In Katwijk zullen we niet meer komen, we zijn op weg naar Jeruzalem, waar God uit de hemel is neergedaald.” Toen de mannen terug in hun sloep klommen, klampte een van hen, die zich tot dan toe op de achtergrond had gehouden, zich aan de schipper van de KW 151 vast, terwijl hij smeekte bij hem aan boord te mogen blijven. De schipper zag zich niet genoodzaakt dit verzoek in te willigen en stuurde de man de sloep in. Terwijl ze terug naar de KW 171 roeiden, riep de schipper hen na: “Ik zou maar gauw teruggaan naar Katwijk, want jullie zeggen maar rare dingen, het is jullie compleet in de kop geslagen!” Even later riep een van de matrozen, Arie Vlieland, vanaf de KW 171 de schipper van de KW 151 toe: “Kap je vleet af, weg met alle rotzooi! Denk aan Gods gerechtigheid, want je gaat naar de verdoemenis!”

Bijgeloof
We kunnen gerust aannemen dat op dat moment de sfeer aan boord van de KW 171 al allesbehalve normaal was. Volgens de Katwijkse schrijver Robert Haasnoot, die zijn roman ‘Waanzee’ baseerde op de gebeurtenissen op de KW 171, waren de opvarenden wekenlang intensief met het geloof bezig. Dat geloof, oud bijgeloof en de effecten van langdurig isolement op zee vormden de voedingsbodem voor de dramatische gebeurtenissen die aanstaande waren.
Over de dagen die volgden op de ontmoeting met de KW 151 aan boord van de onfortuinlijke zeillogger is een tweetal getuigenissen opgetekend die elkaar in detail nogal eens tegenspreken, maar in grote lijnen hetzelfde verhaal vertellen. Een van de twee jongste opvarenden, de dertienjarige Arie Ros, wordt twee weken na het drama geïnterviewd door het Rotterdamsch Nieuwsblad. Matroos Arie Vlieland, de kwade genius achter de fatale gebeurtenissen, doet tegenover de kapitein van het stoomschip Prof. Buys, dat hem achteraf terugvaart naar Nederland, een boekje open.
De schipper van de KW 151 vertelde later aan de eigenaar van de KW 171, directeur N. Haasnoot van Noordzee Visscherij, dat hij tijdens de mysterieuze ontmoeting de indruk kreeg dat niet schipper Nicolaas de Haas, maar matroos Arie Vlieland het commando voerde over de KW 171. Vlieland was een buitengewoon sterke man, een boom van een vent en bovendien erg charismatisch, eigenschappen waarmee hij zijn overwicht kon doen gelden. Bovendien sprak hij de Tale Kanaäs, een gereformeerde, Bijbelse manier van spreken, waarmee hij de godvrezende bemanningsleden naar zijn hand wist te zetten. In die tijd heerste in Katwijk een sfeer van uitverkorenen en bekommerden. De uitverkorenen beweerden tekenen van God te krijgen en daarmee positioneerden ze zich boven de bekommerden, die dergelijke openbaringen moesten ontberen.
Waarschijnlijk is de gekte gedurende de reis in het hoofd van de uitverkoren matroos Arie Vlieland gekropen. Volgens de getuigenis van Arie Ros vertelde Vlieland op zondag 5 september dat hij de Heilige Geest in zich voelde. Daarop volgden vier dagen van bidden en praten over de bijbel, vertelde het dertienjarige afhouwertje. Daarna begon het moorden. Vlieland zelf verklaarde dat hij pas vlak voor de moorden ’s nachts wakker werd, met Onze Lieve Heer in gesprek kwam en in diens opdracht nog dezelfde nacht begon het schip te zuiveren van Satans aanwezigheid. Terwijl hij bezig was met het overboord kieperen van alles waar de duivel in zou kunnen schuilen, werden Leen Vlieland en Van der Plas wakker. Zij vertelden een rode ster te hebben gezien en zagen daarin bevestiging van Arie’s beweringen. Zeilen, masten en lijnen gingen overboord.

Bizar schouwspel
De volgende ochtend voegde de rest van de bemanning zich bij de duivelsuitdrijverij, op Pieter van Duijn, Jacob Jonker en Klaas Kuijt na. Hun ongeloof viel in verkeerde aarde bij Arie Vlieland, die Kuijt bij wijze van bestraffing dwong urenlang aan dek afwisselend te dansen en stokstijf te staan. Het moet een bizar schouwspel zijn geweest. “Hij leek door de duivel bezeten”, getuigde Arie Ros later. En dat was voor de bemanning reden genoeg om Klaas Kuijt de volgende ochtend overboord te gooien. Toen hij zich aan een stuk touw vastklampte, hakte een van de anderen zijn handen af. Gillend van pijn verdween Kuijt in zee.
Tenminste, dat is Arie Ros’ verhaal. Vlieland vertelde aan de kapitein van de Prof. Buys dat ze Kuijt met een bijl het hoofd nagenoeg af sloegen, alvorens zijn lichaam in de golven te werpen, onder het zingen van psalmen.
Volgens Arie Ros ging stuurman Pieter van Duijn die avond naar beneden om zijn vader, Reijn Ros, een pak slaag te geven. Ros senior bleek sterker dan Van Duijn en schopte deze onder een bank, aldus Ros junior. Vervolgens kwam de rest van de bemanning om Van Duijn met spaden dood te slaan. Jacob Jonker deelde met een bijl de genadeslag uit, Van Duijns hoofd van zijn romp slaand.
Na de moord ging Jonker terug aan dek, waar hij schipper De Haas aantrof en hem het ruim in sloeg. “Jullie zijn allemaal gek, geloven jullie daar nog aan!”, heeft Jonker volgens Ros junior nog geroepen, waarna hij zich opsloot in een kooi. De rest van de bemanning heeft hem er uit gesleept en met dissels, die Arie Ros en zijn leeftijdgenoot D. De Mol hadden gehaald, doodgeslagen. Volgens Arie Vlieland echter werden de laatste twee slachtoffers met messteken om het leven gebracht. In beide lezingen werden de lijken van Jonker en van Duijn overboord geworpen.
Op zondag 12 september werd de gehavende KW 171 door een Noors stoomschip op sleeptouw genomen en naar Tyne opgebracht. Dat de gehele bemanning krankzinnig was, leed geen twijfel en de mannen werden uit voorzorg geketend aan boord van hun schip gehouden.

Plaatsvervangende schaamte
Het verhaal van de gekkenlogger is door de jaren heen altijd een taboe geweest in de Katwijkse gemeenschap. Hoewel niemand anders dan zijzelf verantwoordelijk kan worden gehouden voor het ontsporen van de bemanningsleden, leek zich toch een soort plaatsvervangende schaamte te hebben genesteld in de besloten, streng gereformeerde gemeenschap. De eerste tijd na het drama heerste er ook een zekere angst onder de bevolking. Het waren immers gewone Katwijkers geweest daar op zee; als hun dit kon overkomen, kon het iedereen treffen.
Het feit dat de meeste overlevenden een jaar later weer gewoon door Katwijk rondliepen, maakte het verwerkingsproces er niet gemakkelijker op, om maar te zwijgen van het endogame karakter van Katwijk in die tijd. Een nichtje van de vermoorde stuurman Pieter van Duijn vertelt veel later hoe haar vader van haar moeder op zijn kop kreeg toen hij een van de overlevenden gedag zei: “Gerrit, hoe kun je zo’n man groeten die je eigen broer vermoord heeft?”
De twee dertienjarige bemanningsleden gingen meteen terug naar Katwijk, de overige acht werden opgenomen in krankzinnigengestichten in Oegstgeest en Medemblik. Binnen een jaar waren ze weer terug in Katwijk, op Arie Vlieland na, die met zijn vrouw en kinderen naar Wassenaar verhuisde, waar hij in 1966 op 79-jarige leeftijd overleed.
En de KW 171? Het schip werd hersteld, maar in Katwijk was geen visser te vinden die er nog op durfde te varen en de logger werd verkocht aan een IJmuidense rederij. Als IJM 251 liep hij nog geen twee jaar later op een mijn, de achtkoppige bemanning met zich mee de diepte in trekkend.

Volkswagen: familievetes en stoeltjewip

21 juni 2016 door Frank Jacobs Reageer

Dieselgate betekende vorig jaar de val van VW-CEO Martin Winterkorn. Maar al eerder wankelde zijn troon, want achter de oerdegelijke schermen van ’s werelds een na grootste autobouwer woedt een ordinaire familiestrijd om geld en macht.

volkswagenwerkVoormalig Volkswagen-topman Ferdinand Piëch staat bekend als een ijskoude patriarch waar nooit een lachje vanaf kan, maar op 23 september jongstleden moeten zijn mondhoeken wel op zijn minst omhoog zijn gekruld. Dat was de dag dat Martin Winterkorn als CEO van Volkswagen de verantwoordelijkheid voor dieselgate nam en opstapte. Ruim dertig jaar lang was Winterkorn, ooit door Piëch weggehaald bij Bosch, Piëchs rechterhand. De beelden van beide grootindustriëlen, de hoofden bijeen gestoken overleggend, staan in de autowereld op ieders netvlies gebrand. Nog niet zo lang geleden gold Winterkorn dan ook als beoogd opvolger van Piëch als voorzitter van de raad van commissarissen. Maar al op 25 april vorig jaar vergaloppeert de tot dan toe onaantastbare Piëch zich daar zelf. Twee weken eerder had hij in een interview met het Duitse opinieblad Der Spiegel als een donderslag bij heldere hemel afstand genomen van zijn vertrouweling, met de legendarische woorden ‘Ich bin auf Distanz zu Winterkorn’, vrij vertaald dat ze uit elkaar zijn gegroeid. Een regelrechte motie van wantrouwen, waarop zijn neef en mede-commissaris Wolfgang Porsche antwoordde: “De uitspraak van de heer Dr. Piëch is zijn persoonlijke mening, die niet met de familie is afgestemd.”
Dat is een klap die de schijnbaar ongenaakbare Piëch niet had zien aankomen. Niet alleen Wolfgang Porsche, maar nog negen andere commissarissen kiezen partij voor Winterkorn. Tijdens een crisisberaad in Salzburg wordt Piëch voor het blok gezet: geen openlijke kritiek meer op Winterkorn, of eruit. Even lijkt het erop dat Piëch eieren voor zijn geld kiest, maar later lekt uit dat hij Porsche-CEO Matthias Müller op Winterkorns stoel wil schuiven. De meerderheid die hij nodig heeft in de raad van commissarissen krijgt hij niet, waarop Piëch besluit zich terug te trekken, waarbij ook zijn vrouw Ursula haar commissariaat opgeeft.

Dolk
We moeten Winterkorn nageven dat hij zich niet laat kennen. Ondanks de dolk die zijn voormalige beschermheer hem in de rug probeerde te duwen prijst hij Piëch op de eerstvolgende jaarvergadering uitvoerig: “Ik hecht er belang aan bij deze gelegenheid de heer Dr. Piëch te bedanken, uit naam van alle 600.000 medewerkers, maar ook persoonlijk. Ferdinand Piëch heeft in de afgelopen vijf decennia als geen ander een stempel gedrukt op de automobielindustrie. Als ondernemer, als ingenieur en als moedige visionair. Dit bedrijf en zijn mensen, ook ik, hebben heel veel aan de heel Dr. Piëch te danken. Dat blijft. Voor dit levenswerk hebben wij, en heb ik, groot respect.”
De poging Winterkorn te wippen is niet de eerste onverwachte uitval van Piëch naar een topman. In 2006 werd toenmalig CEO Bernd Pischetsrieder het slachtoffer van Piëchs onberekenbaarheid. Hij zat nietsvermoedend naast Piëch toen die, op de vraag of Pischetsrieders contract verlengd zou worden, zijn schouders ophaalde en veelbetekenend zweeg. Voor wie Piëch kent, zegt dat meer dan duizend woorden. In werkelijkheid was het contract toen al verlengd, maar dat weerhield Piëch er niet van Pischetsrieder te vervangen door Winterkorn. Later verklaarde hij dat Pischetsrieder de verkeerde man op die post was. Naar verluidt vond dat oordeel zijn oorsprong in het feit dat Pischetsrieder in zijn saneringsdrang kostbare lievelingsprojecten van Piëch, zoals de Phaeton, had willen schrappen.



Schavot
In 2009 is het de beurt aan Porsche-CEO Wendelin Wiedeking om het schavot te betreden. Middels een briljante truc met aandelen probeerde hij een jaar eerder Volkswagen bij Porsche in te lijven. Dat leek te lukken, maar de crisis sloeg toe, de banken wilden hun geld terug en Porsche kwam in de problemen. Alleen Volkswagen kan Porsche redden, maar de keiharde Piëch zet het levenswerk van zijn grootvader het mes op de keel. Hij zinspeelt op een mogelijk faillissement van Porsche en geeft ze precies vier weken om orde op zaken te stellen. “Het kan niet zo zijn dat Volkswagen voor de genomen risico’s van een ander bedrijf moet boeten,” stelt Piëch.
Zijn genadeloze patstelling is geworteld in een al lang spelende familievete tussen de Porsches en de Piëchs over de macht binnen de Porsche Holding. Het bestuur daarvan telt drie Porsches en twee Piëchs, en het hoofd van de Porsche-tak, Wolfgang Porsche (ook wel WoPo genoemd), trekt mede dankzij het groeiende aandeel van Porsche in VW steeds meer macht naar zich toe, waardoor rond 2008 de positie van Piëch wankelt. WoPo ziet niets in de bestuursstructuur van VW, maar om die te wijzigen, moet Porsche een 75% aandeel bemachtigen en moet het vetorecht van Niedersachsen opzij.
Hier grijpt Piëch zijn kans. Hij zoekt steun bij Christian Wulff, gouverneur van Niedersachsen en commissaris bij VW. De twee staan op slechte voet met elkaar, maar Piëchs vrouw Ursula weet de vrede te herstellen. Wulff span daarop Angela Merkel voor zijn karretje en Niedersachsen behoudt zijn vetorecht, waardoor de machtsovername van Porsche geblokkeerd is. Wiedeking en WoPo zijn woedend en niet alleen hij. De andere Piëchs willen Ferdinand afzetten als familiehoofd, maar zien daar achteraf toch maar vanaf.

Onervaren
En dan gebeurt in april 2015 dan toch het ondenkbare: de raad van commissarissen krijgt Ferdinand Piëch klein. Wanneer zijn zetel en die van zijn vrouw worden ingenomen door zijn nichtjes Julia Kuhn-Piëch (34, makelaar) en Louise Kiesling (57, modeontwerpster en zakenvrouw) gebruikt Piëch opnieuw de media om zijn onvrede te uiten. Tegen Bild zegt hij dat beide vrouwen te onervaren zijn en amper banden met de auto-industrie hebben. Dat Julia in oktober al weer het veld moest ruimen om plaats te maken voor financieel directeur Hans Dieter Pötsch, zal Piëch dan ook goed hebben gedaan. Net zoals het feit dat Matthias Müller, die Piëch in april al op Winterkorns stoel had willen zetten, nu door de raad van commissarissen tot CEO is benoemd. Ferdinand Piëch mag dan weg zijn, zijn wil echoot na.
Maar ach, hij is 79, een mooie leeftijd om het rustiger aan te doen. Bovendien is hij nog steeds grootaandeelhouder. Ondertussen wordt zijn neef Florian Piëch getipt als het toekomstige hoofd van de familie. Florian is niet alleen achterkleinzoon van Ferdinand Porsche, maar ook kleinzoon van Heinrich Nordhoff (zie kader VW AG), die na de oorlog Volkswagen groot maakte. Family business dus, maar nooit as usual.

*  *  *


vwkeverVW AG
In 1937 werd Volkswagen opgericht  voor de massaproductie van de Kever, een project dat zo groot moest worden dat er in de buurt van de fabriek zelfs een compleet nieuwe stad uit de grond werd gestampt: Wolfsburg. De Tweede Wereldoorlog gooide roet in het eten en gedurende die jaren concentreerde de nieuwe fabriek zich op kleine militaire voertuigen, de Kübelwagen en de Schwimmwagen. Daar naast werd in Wolfsburg ook de V1 gebouwd, wat voor de geallieerden reden was de fabriek zwaar te bombarderen.

Na de oorlog werd de fabriek hersteld en de productie van de Kever hervat, maar noch de Engelsen, noch de Amerikanen zagen heil in het autootje. In 1948 werd Volkswagen door de Engelsen teruggegeven aan de Duitse regering, die voormalig Opel-baas Heinz Heinrich Nordhoff aan het roer zette. Dat bleek een slimme zet, want Nordhoff geloofde wél in de Kever. Dankzij doorlopende verfijning van de techniek, hoge kwaliteitsnormen en verhoging van de efficiëntie aan de productielijn wist hij de Kever tot een wereldwijd succes te maken. Aan de groei leek geen einde te komen. In 1965 werd Auto Union ingelijfd, in 1986 kwam Seat bij de club, in 1994 gevolgd door Škoda. Net voor de millenniumwissel kocht VW Bentley, Bugatti en Lamborghini. De Zweedse vrachtwagenproducent Scania moet sinds 2008 verantwoording afleggen aan Wolfsburg en sinds 2012 zijn Ducati, MAN en Porsche eigendom van Volkswagen.


piechBestuur
Volkswagen AG wordt geleid door een zevenkoppig bestuur, bestaande uit topmanagers van verschillende takken van het concern. Aan het hoofd van dit bestuur staat de CEO, tot vorig jaar Martin Winterkorn. De raad van commissarissen (of raad van toezicht) wijst de bestuursleden aan, controleert het bestuur en moet belangrijke besluiten wegen en accorderen. De raad telt twintig leden, inclusief de voorzitter, die belangrijke aandeelhouders vertegenwoordigen. Het voorzitterschap werd tot april vorig jaar bekleed door Ferdinand Piëch, sinds oktober 2015 slaat financieel directeur Hans Dieter Pötsch er de hamer.


piechcowboyPiëch
Ferdinand Piëch werd op 17 april 1937 in Wenen geboren als zoon van Louise en Anton Piëch. Moeder Louise was de dochter van Ferdinand Porsche, Anton Piëch was een advocaat die de zaken van Ferdinand behartigde en in 1928 met diens dochter trouwde. Ze kregen vier kinderen: Ernst, Louise, Hans-Michel en Ferdinand. Na zijn doctoraal werktuigbouwkunde begon Ferdinand zijn loopbaan bij Porsche. In 1972 stapte hij over naar Audi, waar hij net als bij Porsche manager bij de ontwikkeling was. De oer-Quattro en de vijfcilindermotoren waar Audi destijds furore mee maakte, kwamen uit Piëchs koker. In 1993 werd Piëch benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van Volkswagen AG. Als hoogste baas van het moederconcern werd hij meteen in het diepe gegooid. Volkswagen bevond zich in zwaar weer, maar de nieuwe topman wist het tij te keren. De merken VW en Audi werden onder hem tot grote hoogte gebracht en Piëch zat achter de acquisities van de exclusieve merken.
In 2002 moest Piëch wegens het behalen van zijn pensioengerechtigde leeftijd aftreden als voorzitter, maar door toetreding tot de toezichtraad, waar hij tot april 2015 voorzitter van was, wist hij de touwtjes in handen te houden.
Piëch geldt niet alleen als een uiterst getalenteerd manager, maar is ook een briljante technicus. Daarnaast is hij gefascineerd door de oosterse cultuur, zeilt hij graag en heeft hij twaalf kinderen bij vier verschillende vrouwen. Tegenover zijn talenten staat een opmerkelijke handicap: Piëch is dyslectisch.


Dit verhaal verscheen eerder in AutoWeek 41/2015

De verdwenen Porsche van James Dean

10 november 2015 door Frank Jacobs Reageer

550aIn 1960 verdween het wrak van een zeldzame Porsche tijdens transport uit een gesloten vrachtwagen, zonder dat het zegel was verbroken. Sindsdien is nooit meer wat vernomen van de verkreukelde zilverkleurige massa, die ooit de trots was van James Dean. Daarmee raakte het wrak, dat tussen Deans dodelijke ongeval in 1955 en de raadselachtige verdwijning in 1960 een spoor van mysterieuze incidenten had achtergelaten, langzaam maar zeker in de vergetelheid. Afgelopen maand, ruim een halve eeuw later, doken geruchten op dat de Porsche van James Dean achter een dubbele wand verborgen is, ergens in het noordwesten van de Verenigde Staten. Waarom net nu? Is het toeval dat George Barris, de man die het wrak na de crash van Dean kocht en later in zijn boek ‘Cars of the Stars’ de mythe aanwakkerde, net vorige week overleed?

Eén ding is zeker: 55 was niet bepaald het geluksgetal van de Amerikaanse Hollywood-ster James Dean. In 1955 liet hij het leven achter het stuur van zijn Porsche 550 Spyder met serienummer 0055. De ultieme filmheld uit de jaren vijftig zou nu 84 zijn geweest, maar hij stierf lang geleden, toen de meesten van ons nog geboren moesten worden. Veel had de kleine, maar charismatische Dean in elk geval niet nodig om wereldfaam te halen. Afgezien van een rij kleinere rollen in film en televisie is zijn serieuze CV beperkt gebleven tot East of Eden, Rebel Without a Cause en Giant.
Bij Deans imago als ‘angry young man’ paste zijn passie voor snelle auto’s en motoren en hij was met grote regelmaat te vinden op de circuits van het Amerika van de jaren vijftig. Filmproducent Warner Brothers was daar niet gerust op (waar ze ironisch genoeg maar al te gelijk in zouden krijgen) en verbood Dean om te racen gedurende de opnameperiode van Giant. Des te meer zin had Dean in september 1955 om weer achter het stuur te kruipen.

550bOp 21 september 1955 ruilde hij zijn Porsche Speedster in voor een 550 Spyder die hij ‘Little Bastard’ noemde, ook zijn eigen bijnaam. De Britse acteur Alec Guinness verklaarde later dat hij Dean twee dagen later voor een restaurant in Hollywood tegen het lijf liep. Dean liet hem zijn nieuwe Porsche zien en Guinness kreeg naar eigen zeggen een vreemd voorgevoel. “If you get in that car, you will be found dead in it by this time next week,” zei hij tegen Dean.



Waar of niet, feit is dat de vermeende profetie uitkwam. Op zondag 2 oktober zou Dean zijn eerste race met de nieuwe Porsche gaan rijden op Salinas, een circuit zo’n honderd kilometer ten zuiden van San Francisco. In het begin van de vrijdagmiddag ervoor reed Dean weg uit Los Angeles, met naast hem Porsche-fabrieksmonteur Rolf Wütherich. Eigenlijk zou hij zijn Porsche op een trailer naar het circuit rijden, maar Wütherich vond het verstandiger om de kilometers te gebruiken om de gloednieuwe bolide in te rijden voor de eerste race. De trailer reed er achteraan, getrokken door een nieuwe Ford Country Squire met achter het stuur Deans vriend en stuntman Bil Hickman en daarnaast de eveneens met Dean bevriende fotograaf Sanford H. Roth. Het gezelschap reed die vrijdagmiddag over de Route 99 naar het noorden, om vlak voor Bakersfield linksaf te slaan, de 166 op. Via de 33 kwamen ze op de Route 466, de Paso Robles Highway. Op de kruising van die wegen, bij Blackvells Corner, pauzeerden ze en dronken ze koffie met twee andere coureurs, die ook op weg waren naar Salinas. Toen ze hun weg vervolgden, had de 24-jarige Dean geen flauwe idee dat hij geen half uur meer te leven had.
Dean had er zin in en gaf zijn nieuwe auto flink de sporen. Tegen kwart voor zes in de avond naderde hij de splitsing met Route 41. Uit de tegenovergestelde richting kwam de 23-jarige student Donald Turnupseed in zijn zwart-witte Ford Tudor aangereden. Turnupseed sloeg linksaf richting Fresno en zag daarbij, door de in de avondschemering wegvallende zilveren kleur, de naar verluidt met 140 km/h aanstormende Porsche over het hoofd. De auto’s raakten elkaar vrijwel frontaal. De snelheid werd overigens later door de twee politiemannen die als eerste bij het ongeval kwamen in twijfel getrokken. Hoe dan ook, de vederlichte Porsche vloog door de lucht en kwam weer op de wielen terecht. Wütherich werd er uit geslingerd, Dean bleef met een voet klemmen tussen de pedalen. Beiden werden in één ambulance naar het ziekenhuis van Paso Robles gebracht, maar Dean was al dood toen ze er aankwamen. Zijn laatste woorden van een van zijn laatste interviews zijn minstens zo profetisch als de herinneringen van Alec Guinness gebleken.

Daarmee veranderde James Dean in één klap van een aanstormend talent in een legende. Maar ook begon hiermee een merkwaardige reeks verhalen rond Deans 550 Spyder, waarover wordt gefluisterd dat er een vloek op rustte. George Barris, een bekende autotuner uit Los Angeles, kocht het wrak voor 2.500 dollar. De motor was inmiddels verkocht aan een zekere Troy McHenry, die er een jaar later dodelijk mee verongelukte. De versnellingsbak werd hergebruikt door een andere amateurcoureur, William Eschrid, die er eveneens mee crashte, maar het overleefde. Het wrak zelf toerde een paar jaar door de VS, waar het bij allerlei manifestaties als schrikbeeld diende om mensen te waarschuwen voor roekeloos rijgedrag. Tijdens die tournee viel het wrak tweemaal van de trailer. Eenmaal brak een monteur hierdoor zijn been, de tweede keer viel het bovenop de vrachtwagenchauffeur, die het niet overleefde en zo het derde dodelijke slachtoffer werd van de Porsche 550 Spyder met serienummer 0055. In Sacramento gleed de Porsche van zijn display, waarbij hij een kind verwondde. Een loods waar de Porsche stond gestald vloog in brand, maar de Spyder overleefde het inferno. Het is een track record waar Stephen Kings Christine nog wat van kan leren.

Maar hoe betrouwbaar zijn al die verhalen? Dat er opnieuw raceongevallen gebeurden met de onderdelen, is niet zo verwonderlijk. Autosport kent risico’s. De incidenten tijdens transport zijn een halve eeuw later amper nog te verifiëren. Feit is dat een belangrijke bron van de mythes het boek ‘Cars of the Stars’ is, geschreven door, jawel, George Barris. Ten tijde van de verdwijning eigenaar van het wrak en die, aldus James Dean-kenner Warren Beath en Porsche-historicus Lee Raskin, een tanende belangstelling voor zijn griezel-object zag. Als er iemand de mysterieuze verdwijning uit een verzegelde vrachtwagen had kunnen regisseren, dan was het Barris. Het leverde hem in elk geval hernieuwde fascinatie voor de Porsche van James Dean op.

Maar kwijt is kwijt en de 550 bleef kwijt. Brian Grams, een museumbaas uit Chicago, loofde in 2005, ter ere van Deans vijftigste sterfdag, samen met Barris een miljoen dollar uit voor degene die op de proppen zou komen met het wrak. Ze konden hun portefeuille gesloten houden. Tot eerder dit jaar Grams werd gebeld door een oude man, die beweerde als zesjarige jongen te hebben gezien hoe zijn vader het wrak achter een blinde muur in een gebouw in de staat Washington verstopte. De oude man herhaalde zijn verklaring aan de leugendetector en slaagde voor de test. Tot op heden houdt hij de exacte locatie geheim, in afwachting van een financiële overeenkomst.
Broodje aap? Feit is dat later dit jaar een film over Dean verschijnt, ‘Life’. Een publiciteitsstunt dan, die teruggevonden Porsche? Mogelijk. Feit is dat het wrak érgens moet zijn, al dan niet in 1960 verstopt door Barris. Feit is dat we hem niet meer aan de leugendetector kunnen hangen, want Barris is vorige week op 89-jarige leeftijd overleden.

Print

10 november 2015 door Frank Jacobs Reageer

Een kleine greep uit de in print verschenen verhalen:


Quest Historie:

Quest Historie Frank Jacobs Neptune 212Quest Historie Frank Jacobs Neptune 212
Keverberg1Keverberg2


AutoWeek:

lr_37_fiat-124-spider-1lr_37_fiat-124-spider-2

portfolio Detroit 1a

volkswagen porsche piëch vete


AD:


Terugkeer van een dode baron (2)

10 augustus 2015 door Frank Jacobs 1 Reactie

baron frits keverberg kessel lijk mysterie frank jacobs
Voor het eerst sinds 139 jaar wordt baron Frits weer aan daglicht blootgesteld. (foto Frank Jacobs)

Vanmorgen werd in het Limburgse Kessel een deksel gelicht dat waarschijnlijk 139 jaar lang potdicht is geweest. De loden grafkist werd 25 juni van dit jaar bij toeval opgegraven in de tuin van de middeleeuwse burcht Keverberg en behoort waarschijnlijk toe aan de kleurrijke, maar tragische baron Frits, waar ik eergisteren over schreef. De belangrijkste vraag die beantwoord moet worden: is dit wel de baron?
Het is een onwerkelijke ervaring het deksel omhoog te zien gaan. Een tijdcapsule opent zich, enkele smartphones leggen het moment vast; het jaar dat dit deksel werd gesloten, kreeg Graham Bell patent voor de telefoon die hij had uitgevonden. Die telefoon had overigens nog geen camera. Wat zou baron Frits, als hij nog had kunnen zien, gedacht hebben van de diverse auto’s die rondom de geïmproviseerde autopsieruimte op het erf geparkeerd staan? Toen Frits zijn ogen voor de laatste keer sloot, bestond de allereerste auto alleen nog maar in de wilde fantasie van Karl Benz. In de periode dat Frits in die donkere kist lag, anderhalve meter onder de grond, werden twee wereldoorlogen uitgevochten. Werd de Titanic gebouwd en ging hij ten onder. Kregen Franz-Ferdinand en Kennedy de kogel. Werd het tsaristische Rusland de Sovjet Unie en viel die weer uiteen. En werd AZ ’67 niet één, maar tweemaal kampioen.



keverberg baron frits kessel frank jacobs
Het hout van de buitenkist is bijna volledig weggerot. (foto Frank Jacobs)

Ook toen de Duitsers in 1944 zijn kasteel met explosieven tot een ruïne degradeerden, lag baron Frits daar in de tuin, onbewogen. Als hij zich toen al in zijn graf heeft omgedraaid, heeft Frits er 360 graden van gemaakt. Want het skelet dat zich aan ons openbaart, ligt keurig recht, de armen op de borst gekruist. De loden binnenkist is zelfs versierd en we vinden resten van binnenbekleding, wat onze eerdere theorie dat het lood was bedoeld voor het transport naar Leiden, onderuithaalt. De houten buitenkant is weggerot, waarna het zachte lood onder het gewicht van anderhalve meter aarde en anderhalve eeuw tijd is ingedrukt. Saillant detail: toen de kist werd gelicht, eerder deze zomer, trof men eronder een lege zak Croky-chips aan waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum in 1967 was. What the fuck? Waarschijnlijk heeft een muis die zak destijds in zijn holletje meegenomen en leeg gesnoept.
De fysisch antropologe en de archeoloog beginnen de botjes stuk voor stuk schoon te borstelen en te wassen. De aanvankelijke, onwennige zwijgzaamheid van de omstanders breekt. Wanneer de koffie wordt neergezet en de roerstaafjes blijken te ontbreken, merkt iemand op dat we dan maar met een vingerkootje moeten roeren. Als de voetbeentjes worden schoongeborsteld oppert iemand dat de baron blijkbaar erg goed tegen kietelen kan.

keverberg kessel baron frank jacobs
Fysisch antropologe Birgit Berk reconstrueert het schoongemaakte skelet. (foto Frank Jacobs)

Respectloos? Ach, Frits wilde zelf dat zijn lichaam de wetenschap zou dienen: krijgt hij na 139 jaar alsnog zijn zin. Aan een paar vlekjes aan de binnenkant van de ribben denkt de antropologe te kunnen afleiden dat de baron waarschijnlijk aan een zware longontsteking of TBC is overleden. Waar of niet, een dergelijk ziektebeeld strookt met wat we weten over de laatste dagen van baron Frits. Inmiddels zijn de eerste bevindingen van de antropologe binnen. Het is in elk geval een man, tussen de 1,70 en 1,80 meter, op leeftijd, gewrichten die weinig te lijden hebben gehad (dus geen fysieke arbeid) en aan drie wervels hernia. De loden binnenkist duidt op rijkdom.
Baron Frits dus? Het heeft er alle schijn van. Maar, zoals ik eergisteren al schreef, laat het mysterie een beetje mysterie blijven.

Kijk ook de minidocu over de verdwijning van baron Frits:

Meer hierover en beeld op onze facebookpagina.

Terugkeer van een dode baron

8 augustus 2015 door Frank Jacobs

johan van der drift, frank jacobs, keverberg, kessel, aquarel
Kasteel Keverberg in baron Frits’ tijd. (aquarel van Johan van der Drift)

Het is 1876 in Kessel, een klein, idyllisch dorpje aan de linkeroever van de Maas, ergens halverwege Roermond en Venlo. Voorbijvarende schippers herkennen het meteen aan de pasgebouwde neogotische kerk en de oude burcht, die er schijnbaar vreedzaam naast ligt. Schijnbaar, want de kasteelheer en de pastoor leven op gespannen voet met elkaar, een vete die aan de basis ligt van een mysterie dat bijna anderhalve eeuw van generatie op generatie zal worden doorgegeven onder de Kesselnaren. Op woensdag 27 september ligt baron Frederik Hendrik Karel van Keverberg op sterven in zijn pasgebouwde villa Oeverberg, een paar honderd meter stroomopwaarts van zijn kasteel. Ziekte en overmatig drankgebruik zetten na 51 jaar een resolute punt achter een bewogen, maar tragisch leven. In zijn laatste wilsbeschikking, die hij enkele dagen eerder heeft laten optekenen, staat te lezen dat baron Frits, zoals hij in het dorp wordt genoemd, zijn aftakeling wijdt aan zijn moeder, broer en dochter, die hem eerder de rug hebben toegekeerd. Wegens zijn onenigheid met de parochie heeft hij verder bepaald dat hij onder geen voorwaarde volgens religieuze riten begraven wil worden. In plaats daarvan stelt hij zijn lichaam ter beschikking van de universiteit van Leiden, waar hij ooit studeerde. Daar zitten ze echter niet te wachten op de dode baron en op het kerkhof begraven wordt hij evenmin. Wat er wel met zijn stoffelijk overschot gebeurt, weet niemand. Het lichaam verdwijnt spoorloos in die laatste dagen van september 1876.

baron frits keverberg kessel frank jacobs
Vermoedelijk jeugdportret van baron Frits.

VERBITTERD
Wie was baron Frits en wat maakte hem de eenzame, verbitterde man wiens lijk halverwege de negentiende eeuw in het niets verdween? Frederik Hendrik werd op 22 juli 1825 geboren in het Engelse Stonor als tweede kind van de Britse Mary Lodge en de Nederlandse baron Karel Lodewijk van Keverberg. Zijn vader was in die tijd een hoog aangeschreven politicus. Hij diende ten tijde van de Franse bezetting onder Napoleon, maar stapte daarna net zo gemakkelijk over naar Willem I, voor wie hij gouverneur van Oost- en West-Vlaanderen was en later in de Raad van State zat. In 1841 stierf Karel Lodewijk en verhuisde zijn gezin naar kasteel Keverberg in Kessel. Frits studeerde rechten en uit die tijd stammen al zijn eerste conflicten met de machtige familie Van Wylick, die hij ervan beschuldigde grond van de familie Van Keverberg af te pikken. Niettemin wist baron Frits in 1851 tot de gemeenteraad toe te treden. Kort daarna verhuisden zijn moeder, broer en zus naar het naburige kasteel Aldenghoor in Haelen. Frits bleef alleen achter in Kessel, maar niet voor lang.

VRESELIJKE RUZIES
In 1857 trouwde hij met Louise de Villers de Pité en een jaar later kregen ze dochter Maria Mathilde, maar dat kon de huwelijkse vreugde niet redden. Naar verluidt was het kasteel in die dagen regelmatig het decor van vreselijke echtelijke ruzies en uiteindelijk pakte Louise haar koffers. Toen Mathilde zeven was, ontvoerde Louise’s moeder haar kleindochter uit het kasteel en begon voor het kind een periode waarin ze van internaat naar internaat trok. Ze zat zelfs een tijdje onder een valse naam in Düsseldorf, zodat ze aan haar vaders aandacht kon ontsnappen. In 1859 verloor baron Frits zijn raadszetel, iets wat hij niet zomaar over zijn kant liet gaan. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering kwam hij, half tien ‘s morgens, dronken de raadszaal in, waar hij de nieuwe leden begon te schofferen. Korte tijd daarvoor kreeg hij het tijdens een potje kaarten in Den Haag aan de stok met een Pruisische prins. De ruzie liep zo hoog op dat alleen diplomatieke interventie kon voorkomen dat het in een duel op leven en dood eindigde.



OUDE TRADITIE
In 1869 was het de beurt aan pastoor Simons om Frits’ temperament aan den lijve te ervaren. Simons liet de oude kerk afbreken om plaats te maken voor een nieuw, groter godshuis. De oude kerk stond een stukje op grond van het kasteel, waaraan de bewoners het recht ontleenden op een eigen nis naast het priesterkoor. De nieuwe kerk werd een paar meter opgeschoven, waardoor de overlap verdween. De pastoor zag daardoor geen noodzaak meer de oude traditie voort te zetten en bood Frits in plaats daarvan de voorste bank aan. De baron nam daar geen genoegen mee en de eerste paar zondagsmissen in de nieuwe kerk volgde hij buiten het gebouw, op de plek waar ooit zijn eigen nis stond.
Toen de pastoor hem aansprak op zijn verzuim van katholieke plicht, antwoordde de baron dat hij zelf wel in het reine kon komen met Onze Lieve Heer, waarna hij nimmer meer een mis bezocht en zijn breuk met de kerk definitief was. Dit conflict was de oorzaak van Frits’ wens niet volgens religieuze riten begraven te worden en ligt daarom aan de basis van het mysterie van het verdwenen lijk van de laatste baron. Lag hij in de tuin van huis Oeverberg, de villa die Frits enkele jaren voor zijn dood had laten bouwen en waar hij overleden was? Was hij in de tuin van het kasteel begraven? Of toch in het familiegraf in het naburige Haelen? Dat laatste was onwaarschijnlijk. Frits lag ook met zijn broer en moeder overhoop. Naar verluidt had hij naast zijn sterfbed een geladen revolver klaarliggen om ze weg te jagen. Waar of niet, feit is dat hij in zijn testament liet vastleggen dat zijn huisknecht en meid een aanzienlijk bedrag erfden, mits ze de familie bij zijn sterfbed weg wisten te houden.

keverberg kessel baron frank jacobs
Fysisch antropologe Birgit Berk reconstrueert het schoongemaakte skelet. (foto Frank Jacobs)

MYTHEVORMING
Zo ontstond een mysterie dat van generatie op generatie werd doorverteld in het dorp. Overigens niet helemaal terecht, want de schrijver Jacobus Craandijk maakt in zijn boek Wandelingen door Limburg uit 1880 gewag van een overwoekerd graf in de kasteeltuin, waar de laatste adellijke bewoner zou liggen. Die getuigenverklaring kan de mythevorming niet tegenhouden, maar zorgt er wel voor dat op 25 juni 2015, wanneer tijdens graafwerkzaamheden een loden lijkkist wordt gevonden, meteen wordt gedacht aan de verdwenen baron Frederik.
Een maand later wordt de kist door fysisch antropoloog Birgit Berk geopend. Ze onderzoekt de stoffelijke resten en concludeert dat het een man moet zijn geweest tussen de 44 en 53 jaar, 175 à 179 centimeter lang. Dat komt overeen met wat we van baron Frits weten. Vlekjes aan de binnenkant van de ribben duiden op een ernstige longaandoening, wellicht tuberculose, en ook dat past in wat we weten van Frits’ ziekbed. De loden binnenkist en de weinig versleten gewrichten (lees: weinig fysieke arbeid) duiden op rijkdom. Dat alles opgeteld maakt het zeer waarschijnlijk dat baron Frederik van Keverberg van Kessel na 139 jaar terecht is. Toch, helemaal zeker weten zullen we het waarschijnlijk nooit. We kunnen zijn DNA afnemen, maar met wie moeten we dat matchen? Dochter Mathilde was begraven op het nonnenkerkhof van Vaals, maar dat is in 1976 geruimd, waarna de beenderen van de zusters in een massagraf zijn gelegd. Alleen Frits’ zus Elfrida ligt in een keurig gemarkeerd graf in Roermond. Maar moeten we die dan opgraven? Een mysterie mag best een beetje mysterieus blijven.

Kijk ook de minidocu over de verdwijning van baron Frits:

Het volledige artikel over baron Frits en zijn mysterieuze verdwijning staat in Quest Historie nummer 4/2015.

Lees hier over het onderzoek van baron Frits’ resten.

  • « Vorige pagina
  • 1
  • 2
  • 3

Over Frank Jacobs

Frank Jacobs (1966) is crossmediaal en multimediaal journalist en schrijft, fotografeert en filmt voor onder meer AutoWeek, NU.nl, Quest Historie, GTO Magazine en Lifestyle Almere. Daarnaast presenteert hij autoprogramma’s op AutoWeek TV en voorheen Discovery Channel.

Hij studeerde automobiel management en Frans en woonde en werkte jarenlang afwisselend in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Spanje.

Lees meer over Frank Jacobs.

Zoeken

  • Why Nuclear Energy is a Very Bad Idea
  • Waarom de flitsmarathon onzin en bangmakerij is
Copyright 2015 | Frank Jacobs | KvK Almere 62518755