Frank Jacobs (1966) is journalist en schrijft voor onder meer AutoWeek, GTO, AD en Lifestyle Almere. Daarnaast presenteert hij autoprogramma’s op AutoWeek TV en Discovery Channel. Hij studeerde automobiel management en Frans en woonde en werkte jarenlang afwisselend in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Spanje. In het verleden was hij muziekproducer, animateur op Franse campings, importeur en product manager van tuingereedschappen, vrachtwagenverkoper, bedrijfsadviseur en onderzoeksjournalist. Begin deze eeuw haalde hij het bloed onder de nagels van justitie vandaan met de provocerende website Tuftufclub.com. Afgelopen jaar schreef hij zijn eerste roman Afval, over het soms komische, maar meestal tragische leven met iemand met de persoonlijkheidsstoornis borderline. Inmiddels werkt hij aan De Andere Kant van het Graf, een historische thriller die naar verwachting medio 2016 klaar is.

De Andere Kant van het Graf (synopsis)

Na de dood in 1921 van een onbeduidende non in een Limburgs klooster lijkt de oude adellijke familie Van Keverberg Van Kessel definitief uitgestorven. Lijkt, want bijna een eeuw later blijkt dat de laatste baron in de mistroostige avond van zijn leven dingen in gang heeft gezet die hun dodelijke tentakels tot het heden uitstrekken. Plotseling wordt om zijn nalatenschap op leven en dood gestreden, maar waarom? Uiteindelijk kan alleen nog het graf van de baron verdere escalatie voorkomen, maar niemand weet waar dat zich bevindt.

Faunacaust

Arie den Hertog heet hij, de massamoordenaar van onze tijd. De kampbeul van Lelystad. Met gepaste trots meldt hij op Omroep Flevoland dat hij een vergunning heeft gekregen om onbeperkt ganzen uit te roeien met zijn bedrijf Duke Faunabeheer. Voorlopig heeft Arie een missie: zo veel mogelijk dieren vermoorden. Kan hij op de volgende nieuwjaarsreceptie met trots melden wat hij dit jaar heeft bereikt: vijftienduizend ganzen uitgeroeid. Of, als het mee zit, zelfs twintigduizend. Het is nog niks vergeleken bij de zes miljoen joden die door de nazi’s de Styx over werden geholpen. Maar goed, je moet klein beginnen. Den Hartog vindt dat er te veel ganzen zijn en rechtvaardigt daarmee deze faunacaust. Fair enough, sommigen vonden eind jaren dertig dat er te veel mensen van een bepaald ras waren.

Te veel ganzen. Laat me dat even uitleggen: ganzen knagen aan onze gewassen. Maar wie zegt dat die gewassen van ons zijn? We delen deze wereld met talloze andere levensvormen. En pakken wat we pakken kunnen, net als de ganzen. Net als de vluchtelingen zonder zwemdiploma uit Afrika. Net als de joden waar de nazi’s zich midden vorige eeuw zo druk om maakten. Te veel ganzen? In 1980 waren er vijf miljard mensen. Daarvan hadden er drie miljard te weinig te eten (of, naar de normen van Duke: waren er drie miljard te veel). Vandaag zijn dat er zeven miljard. Een toename van veertig procent in nog geen half mensenleven; over ‘te veel’ gesproken; daar kan geen gans tegenop.

Een schone taak voor Duke Faunabeheer dus. Als je hun redenatie volgt tenminste, maar ja, met mensen vergassen kreeg je de afgelopen eeuw de handen niet op elkaar. Want wij zijn op de stoel van God gaan zitten en ‘all animals are equal’, maar zelf zijn we net even ‘more equal than others’. Dus, ondanks dat wij in nog geen tweehonderd jaar de fossiele brandstoffen hebben afgefakkeld waar de natuur honderd miljoen jaar aan heeft gewerkt, mogen wij ons gewoon exponentieel voortplanten, ondertussen de rest van de fauna ‘regulerend’. Lees beheren. Lees vergassen.

Dus pleit ik voor een ram voor de lelijke muil van Arie den Hertog. Of liever, een schop tussen zijn stinkende ballen, een flinke trap die hem impotent maakt. Want straks is het brood bij de Albert Heijn op omdat Arie den Hertog alles heeft opgekocht voor die kutkinderen van hem en heb ik daarom niks te vreten. Dat moeten we toch niet willen?

Afval (synopsis)

Mark Kerkhofs zoekt na zijn scheiding afleiding in een onstuimige relatie met een op het eerste oog onweerstaanbare buurvrouw en alleenstaande moeder. De eerste tijd is het leven met haar één groot feest, maar net als Mark echte gevoelens voor Rachel krijgt, begint ze weg te zakken in buitensporig drankgebruik. Mark wil haar van de alcohol af helpen, maar mist alle signalen die op iets nog veel ernstigers wijzen. In zijn strijd Rachel droog te leggen, voor haarzelf en vooral voor haar baby, merkt Mark niet dat hij steeds verder verstrikt raakt in een web van borderline, een zware persoonlijkheidsstoornis. Leugens, bedrog, diefstal, ziekelijke obsessies, cocaïne en louche types sluipen ongemerkt zijn leven in. Als hij zich eindelijk realiseert dat hij in een gekkenhuis is beland en dat de baby in levensgevaar verkeert, is Mark er te ver in meegezogen om zijn handen er zomaar vanaf te trekken. Even lijkt hem dat toch te lukken, maar dan blijkt dat een borderliner zich niet zomaar aan de kant laat zetten..
Verder Lezen

Afval (diverse fragmenten)

(..) We waren net begonnen met eten toen Rachel opstond, de keuken in liep en weer terugkwam met een wijnglas. Ze ging weer zitten, pakte de fles en schonk zichzelf een stevige bel in. Ik zei niks, maar er moet iets op mijn gezicht af te lezen zijn geweest, want Rachel keek me een ogenblik aan en verontschuldigde zich meteen. ‘Dat is mijn eerste glas sinds ik zwanger ben hoor.’ Ik haalde mijn schouders op en ging er verder niet op in.
‘Rottig om te horen van jou en Frédérique,’ leidde Ilse de aandacht van Rachels wijn af. ‘Maar eerlijk gezegd vond ik jullie altijd al voor geen meter bij elkaar passen.’ Ze spoelde haar woorden weg met een flinke teug wijn.
Verder Lezen

Afval (proloog)

Politiesirenes snijden plakken van mijn droom. Mijn ogen schieten open, maar al wat ik zie is het blauwe schijnsel van de zwaailichten dat over het plafond van mijn slaapkamer veegt. Ik kijk naar links; de rood oplichtende cijfers van mijn wekker vertellen me dat het 4:13 in de ochtend is. Maar wat niemand mij hoeft te vertellen is dat het drama, vijftien verdiepingen onder mij, om haar draait. Dat weet ik instinctief. Dat dit een keer zou gebeuren, heb ik al die tijd eigenlijk wel geweten. Alleen naar het moment en de manier waarop had ik hoeven gissen. Zo dus. Nu dus. Alhoewel, hoe lang zal ze daar beneden hebben gelegen voordat iemand haar vond en 112 belde? Rond dit tijdstip midden in de week is er zelden iemand op straat hier. Aan de andere kant, het moet een aardige klap hebben gegeven. Hoe klinkt dat eigenlijk, een mensenlichaam dat van tien hoog op de grond dreunt? Het is maar goed dat ze lager woont dan ik. Anders was ze mijn slaapkamerraam voorbij gevlogen, en had ik daar dwars doorheen geslapen. Ironisch. En plotseling schrik ik van mijn eigen cynisme. Een fractie van een seconde vrees ik dat ze Gilles mee heeft genomen in haar sprong naar de dood. Het zou niet zijn eerste val zijn geweest, Rachel heeft hem wel vaker uit haar dronken klauwen laten kletteren, maar toen was ik er bij om hem op te vangen. En was de val een metertje of dertig minder diep.
Opnieuw een naderende sirene, ditmaal van een ambulance. Lekker, zo’n kloddertje mosterd na de maaltijd; de patiënte ligt als een reusachtige pizza calzone langzaam koud te worden in een steeds groter wordende plas van haar eigen bloed. De politie zal wel een wit scherm om haar heen zetten, om de eerste honduitlaters te behoeden voor dit onverkwikkelijke tafereeltje. De ambulancesirene zwelt aan en verstomt vlak onder mij. Het geluid van open en dicht slaande autoportieren. Het statische gekraak en harde bliepjes van de mobilofoons weerkaatst op het wateroppervlak van de Olstgracht, wat een merkwaardige akoestiek geeft. Zullen ze haar nog een tijdje laten liggen voor forensisch onderzoek, of gaat ze meteen mee in een lijkzak? De doodsoorzaak lijkt me nogal duidelijk. Aan de andere kant zal de politie vast aan de mogelijkheid denken dat ze niet uit zichzelf is gesprongen. Zij kennen haar tenslotte niet zoals ik dat doe. En wie is dan verdachte nummer een?
Verder Lezen

Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tussenbeide.
Soms staan wij beiden ’s nachts aan ’t raam,
Maar andre sterren zien we in andre tijden.

Uw land is zo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis—dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.

Maar als het waar is dat door grote dromen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,
Dan zal ik komen, iedre nacht.

~ Jan Jacob Slauerhoff – Voor de Verre Prinses