feb
20

Red Zorin!

Onderstaande noodkreet van Kittenopvang Moederloos uit Lelystad wil ik met jullie delen. Kom op mensen, strijk over je hart. Elke euro helpt. En het is een vertrouwde stichting, daar steek ik mijn hand voor in ‘t vuur (we zijn zelf gastgezin voor weeskittens voor deze stichting). Bovendien een erkende organisatie, dus giften zijn fiscaal aftrekbaar.

Zorin is een kitten dat sinds 9 december 2011 bij Kittenopvang Moederloos zit en ondertussen zo’n zestien weken oud. Zorin is als zeer verwaarloosd, veel te klein en schuw katertje met zwaar ontstoken ogen binnengekomen samen met zijn broertje. De Kittenopvang streeft ernaar om alle kitten die binnenkomen een tweede kans te geven. Bijna al die kittens zijn gedumpt, mishandeld, verwaarloosd en/of verwilderd. Ze krijgen de de nodige (medische) zorg om vervolgens te kunnen worden geplaatst in een liefdevol nieuw thuis. Ze zijn al twee maanden met Zorin bezig en hij is ondertussen al helemaal vertrouwd met het gastgezin en het gaat het ook eindelijk de goede kant op met zijn oogjes. Helaas is dit sinds 16 februari anders. Hij is die middag erg mank gaan lopen. De dierenarts had geen goed nieuws voor hem. Hij heeft aan beide knieën last van patella luxatie, een ontwrichting van zijn knieschijf. Rechts in een zware vorm (3e/4e graad) en links in mildere vorm (1e graad). Voor zijn rechterknie houdt dit in dat zijn knieschijf er continu naast staat; als je het manueel terugzet schiet hij er meteen weer af. Van zijn linkerknie zijn de banden te ruim waardoor zijn knieschijf erop en eraf schiet. Zeer pijnlijk voor het diertje.
Door de problemen met zijn knieën kan hij niet tot nauwelijks springen, niet rennen en is zitten een hele uitdaging omdat iedere beweging pijn doet. Hij zit nu op zware pijnstillers in afwachting wat voor hem gedaan kan worden. Ondanks alles is hij nog steeds vriendelijk en aanhankelijk. De enige manier om hem te helpen is een operatie. De operatie die nodig is, is specialistisch, zeker omdat hij nog zo klein is (1,6kg). De Kittenopvang is volop bezig met het zoeken van een dierenarts die het wil/ kan en ook het voor een betaalbaar bedrag kan doen. Tot nu toe is de voordeligste 400 euro per knie en het loopt op tot 800 euro per knie. Dit is iets wat Kittenopvang Moederloos niet meer kan betalen door de vele hoge medische kosten van eerdere kittens dit jaar. Het potje is echt leeg. Als het ze niet lukt om het geld voor de operatie bij elkaar te krijgen is er geen andere optie dan om hem te euthanaseren. Iets wat ze niet willen, maar de pijn is zo hevig dat het geen leven is voor Zorin. Dit is in strijd met waar Moederloos voor werkt: alle kittens een tweede kans geven. Daarom deze hulpkreet voor dit ventje: Alstublieft, wilt u ze helpen met een kleine donatie zodat ze Zorin een toekomst kunnen geven? Alle bijdrages, hoe klein ook zijn van harte welkom op rabobanknummer 170236102 o.v.v. Zorin. Zorin, maar ook zeker Kittenopvang Moederloos zullen u dan heel erg dankbaar zijn!

jan
25

Apple, de Landwind van de electronica

Terwijl we onze monden vol hebben over duurzaamheid, is de wereld minder duurzaam dan ooit. Toen mijn ouders trouwden, midden jaren zestig van de vorige eeuw, kochten ze een retemodern koffiezetapparaat. Zo’n waterverwarmer met een slurfje dat heet water boven een papieren filter met daarin de gemalen koffie uitdruppelt. Dat ding, Philips made in Holland, hield het ongeveer mijn hele jeugd uit. Toen het doorbrandde verving mijn vader het snoertje, en begon het apparaat aan zijn tweede, lange leven. Ik drink zelden koffie, maar wel als ik bij mijn ouders ben. Gewoon vanwege dat wit-oranje icoon uit mijn jeugd,  dat het na veertig jaar dagelijks druppelen nog steeds doet.

Bij mij thuis ligt dat wat anders. Het druppelapparaat dat ik een jaar of tien geleden kocht, was een paar jaar later al stuk. Toen kwam er een Senseo, omdat heel Nederland volgens de reclame een Senseo wilde. Mijn vrouw, die toen ik haar leerde kennen koffie vies vond, wilde inmiddels wel koffie drinken. Maar dan wel uit een echt espresso bonenapparaat. Dus kocht ik voor vierhonderd euro een enorme kerncentrale die uit allerlei slangetjes en nippeltjes sist en stoomt. Indrukwekkend, dat wel. Er zitten meer buizen en leidingen aan dan aan het Centre Pompidou, en overal zitten sensoren in, zodat je in negen van de tien keren tijdens het koffiezetten een foutmelding krijgt en de hele fabriek een grote beurt moet geven. Tegen de tijd dat die erop zit, ben je hard aan bier toe. Gelukkig neemt dat ding een kwart van mijn aanrecht in beslag, zodat ik, kok des huizes, altijd een goede smoes heb me er me met een kant-en-klaarmaaltijd vanaf te maken.

Maar goed, halverwege vorig jaar begon het bij mijn meisje te kriebelen. Heel Nederland heeft inmiddels een Senseo (gehad), tijd dus voor de reclamewereld, geholpen door cabaretiers en de Geenstijlen van deze wereld, om de Senseo kleinburgerlijk te verklaren. We moeten wereldwijd massaal aan de Nespresso en die firma heeft daar zo veel geld voor uitgetrokken dat een van Amerika’s beste acteurs bereid was zijn geloofwaardigheid voor de rest van zijn leven te verkwanselen. Ik bedoel, ik kan nooit meer een film met George Clooney zien zonder aan die stomme gehypte koffiecupjes te denken. Ik heb alle argumenten uit de kast getrokken; dichtslibbend aanrecht, hoge aanschafprijs, dure cupjes. Niets hielp en met kerst kreeg mijn vrouw van mij koffiezetapparaat nummer drie. Hoewel ze blij was als een kind, heb ik weinig vertrouwen in de houdbaarheid van dat geluk. Ergens op deze planeet wordt op dit moment hard gewerkt aan weer een nieuwe koffiehype. Binnen nu en twee jaar vertelt Johnny Depp ons dat we wereldwijd aan de Deppresso moeten. Wie bij zijn Nespresso blijft, zal dan door de relblogs en 538-lachzakken tot burgerlul worden gebombardeerd.

Ik ben een grootverbruiker van muziek en veel onderweg, dus mijn iPod Classic was mijn trouwste vriend op reis. En zo behandelde ik hem ook. Maar toch, na nog geen drie jaar hield hij er mee op. Accu dood. iCenter Almere zei die niet te kunnen vervangen, maar verkocht mij natuurlijk des te liever een gloednieuwe iPad. Die mochten ze natuurlijk je-weet-wel-waar steken; ik bestelde op eBay voor veertien dollar een nieuwe accu. Met de tools erbij om hem te vervangen. Dat resulteerde in een slachtpartij en toen ik de kluis eenmaal onherstelbaar had opengebroken, begreep ik waarom. Het minuscule kastje is met negentien (!) metalen weerhaken vergrendeld. Om zeker te stellen dat wijsneuzen als ik zijn toch al korte leven niet verdubbelen, maar in plaats daarvan een nieuwe iPod aanschaffen. ‘Val dood, Steve Jobs’, dacht ik toen. En je weet hoe dat is afgelopen.

Al die miljoenen Nespresso’s, Senseo’s, iPads, iPods iPhones en ga zo maar door moeten elke paar jaar gemaakt en weer afgebroken worden. Ik kijk vanuit mijn keuken van hoog uit op de MediaMarkt en zie elk weekend weer stromen recessiepatienten met dozen vol flatscreens naar buiten paraderen, als mieren slepend met bouwmateriaal voor hun hoop. De vorige tv is pas een jaar oud, maar ja, die is HD Ready, en nu willen we Full HD. En volgend jaar 3D, met brilletje. En het jaar daarna 3D zonder brilletje. En Ambilight natuurlijk. En LED in plaats van plasma. Zo lang ik dat nog zie vind ik het woord recessie pathetisch.

We zeuren dan vaak over onze auto’s, maar eigenlijk gaan die dingen in dit licht bezien nog verrekte lang mee. Als je kijkt wat ze te verduren krijgen, hoe veel bewegende delen er in zitten, dat ze bijna altijd buiten staan, in weer en wind. Je moet er niet aan denken dat Apple en Nescafe zich ooit aan auto’s gaan wagen. Eigenlijk had ik hier willen schrijven dat Apple de Landwind van de electronica is, maar daarmee zou ik Landwind tekort doen.

mrt
24

Pa, je had gelijk

Ik kom uit een redelijk welgesteld nest. Mijn vader zorgde altijd goed voor zichzelf, en, eerlijk is eerlijk, ook voor ons. Mijn ouderlijk huis was altijd een kast van een villa, later zelfs met een binnenzwembad. Maar mijn vader had een vreemd soort zuinigheid. Zo kocht hij, zodra hij het zich kon permitteren, redelijk dikke auto’s, maar die reed hij vervolgens wel helemaal op, zonder enige vorm van onderhoud. Allemaal onzin, vond hij. 

We gingen vaak op vakantie, maar altijd met een bordkartonnen Adria-caravan op uitgedroogde slicks, volgestouwd met Aldi-proviand. En de Eiffeltoren was volgens mijn vader veel indrukwekkender vanaf de grond gezien. Lees: beklimmen kost geld. Een irritante tic die uit die zuinigheid voortvloeide, was dat mijn vader bij elk stoplicht de motor uitschakelde, om de contactsleutel pas weer om te draaien wanneer het licht op groen sprong. Zodra mijn broer en ik een beetje verstand van auto’s meenden te krijgen, leidde dat al gauw tot steeds terugkerende hilariteit vanaf de achterbank. Flauwekul, hoonden de snotjochies die we waren. Die paar druppels die het bespaart, ben je dik en dubbel weer kwijt om die motor weer aan de praat te krijgen. En wij hadden er verstand van, want wij verzamelden autofolders. Niet dat het indruk maakte; mijn vader is altijd van het  type geweest dat dingen op zijn manier doet, al zingen Onze Lieve Heer, Beatrix en Julius Caesar in driestemmig koor dat hij het mis heeft. En die eigenschap is erfelijk, zodat mijn broer en ik totdat we het huis uit gingen zijn blijven zeiken over pa’s afwijking bij het stoplicht.

Maar dat is allemaal lang geleden. Mijn broer rijdt tegenwoordig in zo’n hybride stofzuiger en ikzelf heb van dat foldertjes verzamelen min of meer mijn beroep gemaakt. En pa? Hij heeft een vijftien jaar oude BMW 5-serie in de garage staan die – op de APK bij KwikFit na – nog nooit een werkplaats vanbinnen heeft gezien. En af en toe zit pa naast me in een testauto. En als we dan bij een stoplicht komen en het stop/startsysteem doet netjes zijn werk, dan probeer ik zijn blik te vermijden door strak voor me uit te kijken. Maar ik voel dan dat hij even naar me kijkt, glimlachend. Hij zegt niets, ik zwijg. Soms zijn woorden overbodig.

okt
14

Alive 2

Het is niet eens het ietwat krakmikkige toestel, maar vooral de gezagvoerder die ons gisterenochtend wat achterdochtig maakt op Schiphol-Oost. Hij lijkt zo weggelopen uit een Engelse comedy, als de lokale alcoholist. Een smoezelig pilotenuniform, kromme beentjes en een pafferig, rood hoofd als een selfmade whiskykenner. Enfin, in ons vak vlieg je wat af en dan maak je door de jaren heen wel erger mee. En al heeft de piloot misschien een borreltje op; van een beetje alcohol word je los in de pols, en dat stuurt vast lekker weg over de Alpen. Bovendien is er nog de copiloot, die ons trots vertelt dat dit zijn allereerste werkdag is. Dubrovnik, here we come!
Ons is een vliegtijd van drieënhalf uur toegezegd, maar helaas moeten we in Oostenrijk even een tussenstop maken om bij te tanken. We zijn zo’n tweeënhalf uur in de lucht wanneer de landing wordt ingezet. En pas aan de grond zien we dat we op het vliegveld van Augsburg zijn. Amper halverwege dus. De piloot geeft toe dat we na het bijtanken nog minstens twee uur moeten vliegen voordat we in Kroatië zijn.
Een half uur laten gaan we weer aan boord voor de tweede etappe van de reis. Een kwartier lang staan we op het platform, met stationair draaiende motoren, als plotseling de linker propellor stilvalt. in de cockpit zitten onze helden zwetend over hun instrumenten gebogen, waar een rood lampje driftig knippert. Even later komt de stilgevallen motor weer pruttelend tot leven, maar niet voor lang. En weer staan we met maar één draaiende motor. De voortvarende bemanning besluit het toestel te ontruimen, zodat we in de terminal kunnen beslissen wat te doen. Eén van de twee systemen die de cabinedruk reguleren lijkt stuk te zijn, vertelt de gezagvoerder. En de handleiding om dat te repareren is zoek. Nou kunnen we op één systeem verder vliegen, maar slechts tot een hoogte van drie kilometer. En da’s te laag om de Alpen over te komen. Maar hij overweegt het toch te proberen.
Op dat moment komen bij ons de eerste associaties aan de Andes-ramp uit 1972 (verfilmd als Alive) boven, toen een toestel door een combinatie van te weinig hoogte en slecht zich tegen een besneeuwde bergwand plofte en de overlevenden twee maanden lang slechts konden overleven op het vlees van de overledenen. Ik kijk wat om me heen naar de collega’s, maar het water begint me nou niet direct in de mond te lopen.
De gezagvoerder denkt uiteindelijk het probleem wel provisorisch te kunnen verhelpen, maar onze reisleider bedankt. We nemen afscheid van onze vliegende vrienden en met taxi’s rijden we naar München, waar we op een lijnvlucht terug naar Amsterdam stappen.
Pas ‘s avonds thuis bedenk ik me hoeveel geluk we hebben gehad dat het probleem zich voordeed tijdens onze tankstop en niet een half uur later, boven de Alpen. Dat had zomaar Alive 2 kunnen worden. En zo google ik een beetje terug naar 1972, naar die rampdag 13 oktober.
Oeps, wat was het gisteren?

apr
01

Inge

Inge, lieve Inge,

die wil niet aan de pil.

Vandaar dat ik bij Inge

voor ‘t zingen

de kerk uit wil.