Frank Jacobs (1966) is journalist en schrijft voor onder meer AutoWeek, GTO en het AD. Daarnaast presenteert hij autoprogramma’s op AutoWeek TV en Discovery Channel. Hij studeerde automobiel management en Frans en woonde en werkte jarenlang afwisselend in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Spanje. In het verleden was hij muziekproducer, animateur op Franse campings, importeur en product manager van tuingereedschappen, vrachtwagenverkoper, bedrijfsadviseur en onderzoeksjournalist. Begin deze eeuw haalde hij het bloed onder de nagels van justitie vandaan met de provocerende website Tuftufclub.com. Afgelopen jaar schreef hij zijn eerste roman Afval, over het soms komische, maar meestal tragische leven met iemand met de persoonlijkheidsstoornis borderline.

Afval (synopsis)

Mark Kerkhofs zoekt na zijn scheiding afleiding in een onstuimige relatie met een op het eerste oog onweerstaanbare buurvrouw en alleenstaande moeder. De eerste tijd is het leven met haar één groot feest, maar net als Mark echte gevoelens voor Rachel krijgt, begint ze weg te zakken in buitensporig drankgebruik. Mark wil haar van de alcohol af helpen, maar mist alle signalen die op iets nog veel ernstigers wijzen. In zijn strijd Rachel droog te leggen, voor haarzelf en vooral voor haar baby, merkt Mark niet dat hij steeds verder verstrikt raakt in een web van borderline, een zware persoonlijkheidsstoornis. Leugens, bedrog, diefstal, ziekelijke obsessies, cocaïne en louche types sluipen ongemerkt zijn leven in. Als hij zich eindelijk realiseert dat hij in een gekkenhuis is beland en dat de baby in levensgevaar verkeert, is Mark er te ver in meegezogen om zijn handen er zomaar vanaf te trekken. Even lijkt hem dat toch te lukken, maar dan blijkt dat een borderliner zich niet zomaar aan de kant laat zetten..
Verder Lezen

Afval (diverse fragmenten)

(..) We waren net begonnen met eten toen Rachel opstond, de keuken in liep en weer terugkwam met een wijnglas. Ze ging weer zitten, pakte de fles en schonk zichzelf een stevige bel in. Ik zei niks, maar er moet iets op mijn gezicht af te lezen zijn geweest, want Rachel keek me een ogenblik aan en verontschuldigde zich meteen. ‘Dat is mijn eerste glas sinds ik zwanger ben hoor.’ Ik haalde mijn schouders op en ging er verder niet op in.
‘Rottig om te horen van jou en Frédérique,’ leidde Ilse de aandacht van Rachels wijn af. ‘Maar eerlijk gezegd vond ik jullie altijd al voor geen meter bij elkaar passen.’ Ze spoelde haar woorden weg met een flinke teug wijn.
Verder Lezen

Afval (proloog)

Politiesirenes snijden plakken van mijn droom. Mijn ogen schieten open, maar al wat ik zie is het blauwe schijnsel van de zwaailichten dat over het plafond van mijn slaapkamer veegt. Ik kijk naar links; de rood oplichtende cijfers van mijn wekker vertellen me dat het 4:13 in de ochtend is. Maar wat niemand mij hoeft te vertellen is dat het drama, vijftien verdiepingen onder mij, om haar draait. Dat weet ik instinctief. Dat dit een keer zou gebeuren, heb ik al die tijd eigenlijk wel geweten. Alleen naar het moment en de manier waarop had ik hoeven gissen. Zo dus. Nu dus. Alhoewel, hoe lang zal ze daar beneden hebben gelegen voordat iemand haar vond en 112 belde? Rond dit tijdstip midden in de week is er zelden iemand op straat hier. Aan de andere kant, het moet een aardige klap hebben gegeven. Hoe klinkt dat eigenlijk, een mensenlichaam dat van tien hoog op de grond dreunt? Het is maar goed dat ze lager woont dan ik. Anders was ze mijn slaapkamerraam voorbij gevlogen, en had ik daar dwars doorheen geslapen. Ironisch. En plotseling schrik ik van mijn eigen cynisme. Een fractie van een seconde vrees ik dat ze Gilles mee heeft genomen in haar sprong naar de dood. Het zou niet zijn eerste val zijn geweest, Rachel heeft hem wel vaker uit haar dronken klauwen laten kletteren, maar toen was ik er bij om hem op te vangen. En was de val een metertje of dertig minder diep.
Opnieuw een naderende sirene, ditmaal van een ambulance. Lekker, zo’n kloddertje mosterd na de maaltijd; de patiënte ligt als een reusachtige pizza calzone langzaam koud te worden in een steeds groter wordende plas van haar eigen bloed. De politie zal wel een wit scherm om haar heen zetten, om de eerste honduitlaters te behoeden voor dit onverkwikkelijke tafereeltje. De ambulancesirene zwelt aan en verstomt vlak onder mij. Het geluid van open en dicht slaande autoportieren. Het statische gekraak en harde bliepjes van de mobilofoons weerkaatst op het wateroppervlak van de Olstgracht, wat een merkwaardige akoestiek geeft. Zullen ze haar nog een tijdje laten liggen voor forensisch onderzoek, of gaat ze meteen mee in een lijkzak? De doodsoorzaak lijkt me nogal duidelijk. Aan de andere kant zal de politie vast aan de mogelijkheid denken dat ze niet uit zichzelf is gesprongen. Zij kennen haar tenslotte niet zoals ik dat doe. En wie is dan verdachte nummer een?
Verder Lezen

Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tussenbeide.
Soms staan wij beiden ’s nachts aan ’t raam,
Maar andre sterren zien we in andre tijden.

Uw land is zo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis—dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.

Maar als het waar is dat door grote dromen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,
Dan zal ik komen, iedre nacht.

~ Jan Jacob Slauerhoff – Voor de Verre Prinses

Afval (fragment uit hoofdstuk 8)

De stralende lente van 2012 ging naadloos over in de hete zomer en op weer zo’n prachtige avond zaten we in mijn serre. Gilles sliep zijn slaapje in zijn wagen in de woonkamer, wij luisterden naar Youssour N’dour en legden net de laatste hand aan onze tweede fles wijn.
‘We drinken nogal veel, hè?’ Rachel keek me ietwat lodderig aan en drukte haar Marlboro Medium in de asbak uit.
Toevallig was ik er een tijdje terug op gaan letten en daarom wist ik dat Rachel zichzelf ongeveer tweemaal zo vaak bijschonk als mij. Op dat moment wist ik nog niet dat dezelfde hoeveelheid alcohol op een kilo vrouwenlichaam het dubbele effect heeft, dus dat ze effectief viermaal mijn hoeveelheid weg klokte; er vanuit gaande dat ze hetzelfde woog als ik, wat ze niet deed. Daarom kon ik haar alleen maar gelijk geven. Toch probeerde ik het nog te bagatelliseren.
‘Ach, we zijn Bourgondiërs en ons leven is één groot feest.’
Rachel keek stuurs voor zich uit. Zou ze ongesteld zijn (wat Rachel haar “vrouwendagen” noemde), dacht ik. Ik gooide het over een andere boeg: ‘Maar als je ermee wilt stoppen, mij heb je mee. Ik ga een pot thee zetten.’ Ik maakte aanstalten om op te staan.
Verder Lezen

Afval (fragment uit hoofdstuk 15)

(..) Ondanks haar benevelde brein ontgingen de diepe bassen van de overkant van het Weerwater haar niet. Het Freefestival draaide warm en Rachel had er zin in. Ik had eerder in de week kaarten proberen te krijgen, maar het was volledig uitverkocht. Rachel had daar toen teleurgesteld in berust, maar wanneer ze in een staat was zoals nu, stond berusten niet op haar repertoire.
‘We moeten nog even oppas zien te regelen voordat we naar het festival gaan,’ lodderde ze.
‘Het is uitverkocht, Rach.’
‘Flauwekul. Het is gratis. Hoe kan iets dat gratis is uitverkocht zijn?’
‘De kaarten zijn gratis. Maar ze werken alleen met kaarten, dat heeft met veiligheidsvoorschriften te maken. Er mogen niet meer dan zoveel mensen binnen van de brandweer.’
‘Wat maken wij tweeën dan nog uit op zo’n menigte. En jij kent toch belangrijke mensen in de stad?’ Was ze in haar strijd tegen de drank maar zo volhardend.
Verder Lezen