Frank Jacobs (1966) is journalist en schrijft voor onder meer AutoWeek, GTO, AD en Lifestyle Almere. Daarnaast presenteert hij autoprogramma’s op AutoWeek TV en Discovery Channel. Hij studeerde automobiel management en Frans en woonde en werkte jarenlang afwisselend in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Spanje. In het verleden was hij muziekproducer, animateur op Franse campings, importeur en product manager van tuingereedschappen, vrachtwagenverkoper, bedrijfsadviseur en onderzoeksjournalist. Begin deze eeuw haalde hij het bloed onder de nagels van justitie vandaan met de provocerende website Tuftufclub.com. Afgelopen jaar schreef hij zijn eerste roman Afval, over het soms komische, maar meestal tragische leven met iemand met de persoonlijkheidsstoornis borderline. Inmiddels werkt hij aan De Andere Kant van het Graf, een historische thriller die naar verwachting medio 2016 klaar is.

Terugkeer van een dode baron

de andere kant van het graf baron frits keverberg kessel
Kasteel Keverberg midden 19e eeuw, toen baron Frits er woonde. (aquarel van Johan van der Drift)

Het is 1876 in Kessel, een klein, idyllisch dorpje aan de linkeroever van de Maas, ergens halverwege Roermond en Venlo. Voorbijvarende schippers herkennen het meteen aan de pasgebouwde neogotische kerk en de oude burcht, die er schijnbaar vreedzaam naast ligt. Schijnbaar, want de kasteelheer en de pastoor leven op gespannen voet met elkaar, een vete die aan de basis ligt van een mysterie dat bijna anderhalve eeuw van generatie op generatie zal worden doorgegeven onder de Kesselnaren. Op woensdag 27 september ligt baron Frederik Hendrik Karel van Keverberg op sterven in zijn pasgebouwde villa Oeverberg, een paar honderd meter stroomopwaarts van zijn kasteel. Ziekte en overmatig drankgebruik zetten na 51 jaar een resolute punt achter een bewogen, maar tragisch leven. In zijn laatste wilsbeschikking, die hij enkele dagen eerder heeft laten optekenen, staat te lezen dat baron Frits, zoals hij in het dorp wordt genoemd, zijn aftakeling wijdt aan zijn moeder, broer en dochter, die hem eerder de rug hebben toegekeerd. Wegens zijn onenigheid met de parochie heeft hij verder bepaald dat hij onder geen voorwaarde volgens religieuze riten begraven wil worden. In plaats daarvan stelt hij zijn lichaam ter beschikking van de universiteit van Leiden, waar hij ooit studeerde. Daar zitten ze echter niet te wachten op de dode baron en op het kerkhof begraven wordt hij evenmin. Wat er wel met zijn stoffelijk overschot gebeurt, weet niemand. Het lichaam verdwijnt spoorloos in die laatste dagen van september 1876.

VERBITTERD
Wie was baron Frits en wat maakte hem de eenzame, verbitterde man wiens lijk halverwege de 19e eeuw in het niets verdween? Frederik Hendrik werd op 22 juli 1825 geboren in het Engelse Stonar als tweede kind van de Britse Mary Lodge en de Nederlandse baron Karel Lodewijk van Keverberg. Zijn vader was in die tijd een

baron frits keverberg kessel frank jacobs
Vermoedelijk jeugdportret van baron Frits.

zeer vooraanstaand politicus, zowel in eigen land als daarbuiten. Hij bekleedde hoge functies, tijdens de Franse periode onder Napoleon (die hem een hoge onderscheiding gaf) en daarna onder koning Willem I. Vanaf 1814 was baron Karel van Keverberg gouverneur van West-Vlaanderen en in 1819 trad hij toe tot de Raad van State. Naast scherpe staatkundige kwaliteiten lijkt hij ook een voorkeur voor jongere vrouwen te hebben gehad. Op zijn 42e trouwde hij met een 24-jarige barones. Die stierf vier jaar na het huwelijk, zonder kinderen te hebben gekregen. In Brugge leerde baron Van Keverberg, inmiddels vijftig, de 23-jarige Mary Lodge kennen, die daar bij haar oom verbleef. De twee trouwden en kregen vier kinderen, waarvan Frits de tweede was. Ondanks dat zijn moeder Angelicaanse was en zijn vader weinig op had met welk geloof dan ook, werd Frederik katholiek gedoopt. Het gezin woonde in die tijd in Den Haag en Frederik ging naar het gymnasium in Katwijk. In de herfst van 1841 kreeg de familie Van Keverberg kort na elkaar twee zware klappen te verwerken. Op 9 november overleed Ernest, de jongere broer van Frits, slechts veertien jaar oud. Drie weken later stierf Frits’ vader.
De resterende gezinsleden, naast moeder Mary en Frits zelf diens oudere broer Karel en zus Elfrida, verhuisden daarop naar het kasteel in Kessel, dat sinds 1798 bezit van de familie was. Frederik ging in Leiden Romeins en modern recht studeren en haalde in 1848 zijn bul.

HOOG OPLOPENDE RUZIES
Uit die periode stammen de eerste strubbelingen tussen baron Frits en zijn mededorpelingen. Hij beschuldigde de familie van burgemeester Van Wylick ervan gronden aan de Van Keverbergs te ontfutselen. Een jarenlange strijd tussen de baron en de burgemeestersfamilie volgde. Dat kon niet verhinderen dat baron Frits in 1851 werd gekozen tot gemeenteraadslid.
Een jaar later, in 1852, erfde Frits’ oudere broer het naburige kasteel Aldenghoor in Haelen, waarop het gezin daarheen verhuisde. Frits bleef alleen achter in Kessel, tot hij in 1857 trouwde en zijn kersverse echtgenote Louise op het slot verwelkomde. De twee kregen in 1858 een dochter, Mathilde, maar dat bleek geen garantie voor huwelijks geluk. Naar verluidt was kasteel Keverberg in die tijd regelmatig het decor van hoog oplopende ruzies tussen Frits en Louise. Al gauw pakte de vrouw des huizes haar koffers en bleven Frits en de kleine Mathilde alleen achter in het middeleeuwse kasteel.
Toen Mathilde een jaar of zeven was, werd ze door haar oma van moeders kant bij haar vader weggehaald, waarna ze van internaat naar internaat ging. Naar verluidt schaamde ze zich voor haar vader, ze zat zelfs een tijdje onder een valse naam op kostschool in Düsseldorf om aan baron Frits te ontkomen. De baron was toen inmiddels geen gemeenteraadslid meer. In 1857 verloor hij de verkiezingen, maar dat liet hij niet zomaar over zich heen gaan. Tijdens de eerstvolgende vergadering drong hij dronken de raadszaal binnen, waar hij de nieuwe leden begon te schofferen.
Dat incident stond een nationale politieke carrière niet in de weg. De Limburgse Brievenaffaire, waarin minister van financiën Betz onder het tweede kabinet Thorbecke voorstelde de grondbelasting in Limburg gelijk te trekken aan de rest van het land, was een mooi opstapje voor de Limburgse grondbezitter baron Frits, en met de slogan ‘Weg met Thorbecke!’ wist hij genoeg Limburgse stemmen te verzamelen om een zetel in de Tweede Kamer te bemachtigen. Het succes was van korte duur, want een nastemming werd door iemand anders gewonnen.

ONUITSTAANBARE MAN
In 1869 werd de vijftiende-eeuwse parochiekerk afgebroken om plaats te maken voor een grotere en dat leidde tot opnieuw een conflict in het leven van baron Frits. In de oude kerk was een nis gereserveerd voor de bewoners van het kasteel, maar dat vond pastoor Simons, nu er nog maar één bewoner was, een beetje overtrokken. Hij bood ter compensatie de eerste rij aan, maar daar nam de baron geen genoegen mee. Volgens de overlevering stond hij de eerste zondagen buiten, op de plek waar zijn eigen nis had gestaan, de mis te volgen. Het moet een merkwaardig aangezicht zijn geweest.
Al die ruzies en conflicten geven een beeld van een uiterst vervelende, onuitstaanbare man, maar volgens dorpshistoricus Ton Hendricks is dat vertekend: “We mogen niet vergeten dat baron Frits erg begaan was met de Kesselse jeugd en dat hij daar veel goeds voor deed.” Hendricks schreef in de jaren zeventig van de vorige eeuw diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van Kessel en zijn bewoners.

oeverberg baron frits kessel frank jacobs
Huis Oeverberg waar baron Frits overleed.

In 1872 moet baron Frits het kasteel beu zijn geweest, want toen begon hij aan de bouw van Huis Oeverberg, een statige villa verderop aan de Maasoever. Dat stond nog in de steigers toen zijn moeder en broer de contacten met baron Frits verbraken. Hij heeft niet lang van zijn nieuwe huis kunnen genieten, want in 1876 stierf baron Frits in Huis Oeverberg.

LEGENDARISCH
En toen? Een kleine dorpsgemeenschap is een uitmuntende voedingsbodem voor legendes en verhalen die worden doorverteld, worden daar doorgaans alleen maar smeuïger van. Sommige zeiden dat baron Frits in de tuin van Huis Oeverberg begraven was. De tuin van Aldenghoor in Haelen, waar zijn familie woonde, werd genoemd. Of toch de kasteeltuin in Kessel? Een buurman uit die tijd beweerde te hebben gezien dat Frits’ knecht Bram kort na zonsondergang met een paar man hulp en paard en wagen een doodskist via het kerkhof door een poortje de kasteeltuin in reed. Het was een magere getuigenis, maar sterk genoeg om deze theorie als meest waarschijnlijke aan te wijzen. Zou de laatste baron van Kessel dan al die tijd ongemarkeerd begraven liggen in zijn eigen tuin? De inwoners van Kessel konden er alleen maar over speculeren. Misschien had hij er wel ooit gelegen, maar was hij later door hoogwater weggespoeld een meegenomen naar de Noordzee. De onwetendheid maakte baron Frits alleen maar legendarischer.

SCHEDEL
Het is dinsdag 30 juni 2015, een prachtige zomerse dag. Kraanmachinist Mark Basten is bezig met de voorbereidingen voor een houten loopbrug bij de muur die de kasteeltuin en het kerkhof van elkaar scheiden. Sinds enkele jaren wordt er druk gewerkt om kasteel Keverberg op te knappen. De bestaande, middeleeuwse delen worden intact gehouden, maar aangevuld met moderne nieuwbouw, met behoud van de originele contouren. De troosteloze ruïne van weleer moet over enkele maanden een bruisend evenementencentrum zijn.
Basten stuit op iets hard. Eerst denkt hij een boomwortel te pakken te hebben, maar dan ziet hij de hoek van een kist. De schep van zijn machine heeft er een gat in gemaakt, dat een menselijke schedel en kaak blootlegt. Hij roept archeoloog Xavier van Dijk, die betrokken is bij de herbouw van het kasteel. De kist wordt vrijgemaakt en in de koelcel van een kweker in de buurt opgeslagen, in afwachting van nadere stappen.
Dat het de kist van baron Frits betreft, is volgens Van Dijk zeer waarschijnlijk. Hij lag op de plek waar volgens de overlevering huisknecht Bram met een kist liep te sjouwen en er zijn geen andere begrafenissen in de kasteeltuin bekend. Ook de staat van de kist komt redelijk overeen met wat je mag verwachten na 139 jaar onder de grond.

frank jacobs baron frits keverberg kessel
De vindplaats van baron Frits in 2011, midden onder bovenaan het schuine stuk tegen de muur. (foto Frank Jacobs)

MYSTERIE
Is dit de terugkeer van een dode baron? Zeker weten doen we dat nog niet, maar om wat dichter bij de waarheid te komen wordt aanstaande maandagochtend door Xavier van Dijk en fysisch antropoloog Birgit Berk de kist geopend en de inhoud onderzocht. Ik ben daar als verslaggever bij aanwezig. De kans dat we maandagmiddag met zekerheid kunnen stellen dat we baron Frits hebben gevonden, is niettemin erg klein. “Het feit dat de kist in lood is gehuld, wijst erop dat hij al helemaal klaar was gemaakt voor transport naar Leiden,” legt Hendricks uit. “In dat geval was het weinig zinvol geweest hem artefacten mee te geven.”
Absolute zekerheid zou alleen DNA-onderzoek kunnen uitwijzen. Dochter Mathilde lag begraven op het nonnenkerkhof van klooster Blumenthal in Vaals, maar die graven zijn in de jaren zeventig van de vorige eeuw geruimd om plaats te maken voor een stadspark. Maar keurig onder een gemarkeerde steen op het Oude Kerkhof van Roermond rust Elfrida, Frits’ in 1910 overleden zus. Daar zou een match mee gezocht kunnen worden. Toch ziet Hendricks dat niet gebeuren: “Zoiets kost duizenden euro’s, dat geld stoppen we liever in het kasteel.” Moeten we dat jammer vinden? “Ach, een mysterie mag toch nog best een beetje mysterie blijven?”

Komende week op deze site de uitkomsten van het onderzoek. Volg de ontwikkelingen rond de baron ook op deze facebookpagina.

Vel d’Hiv: hoe bootvluchtelingen je vakantie bederven

kos irak vluchtelingen bootvluchtelingen asielzoekers frank jacobs
Gevluchte Iraki’s in Kos Stad. (foto Frank Jacobs)

Drama. Moet je voor de vijfde avond op rij het er als gezin over eens worden in welk restaurant je nou weer gaat eten, zie je in het perkje achter de ijssalon wéér zo’n groepje bootvluchtelingen tegen bomen aan hangen, hun hele hebben en houden in een armoedige plastic zak. Die stonden niet in de brochure van Sunweb. De reisleidster (‘Haai, ik ben Veerle, hebben jullie er zin in?’) in de bus van het vliegveld naar het resort zei wel dat ze geen overlast veroorzaken (net als wespen zo lang je er niet naar slaat), maar dat bepaal jij nog altijd zelf. Net nu je door de dreigende grexit met een pak contant geld op vakantie moet, wemelt het van de mensen met plakkerige vingers.
In uitpuilende, krakkemikkige boten hebben ze Kos bereikt, maar ze moeten niet zeuren; een overvol vliegtuig van Transavia is ook geen pretje. En dan hebben we het nog niet  eens over de turbulentie aan boord van zo’n Transvertragia-kist! Jij bent tenslotte ten noorden van de Middellandse Zee geboren, zij ten zuiden; verschil moet er zijn. Onbewust voel je voor de tiende keer in een uur aan je kontzak; gelukkig, je bent nog steeds niet gerold.
En dan slaat de vlam in de pan. Het immigratiebureau achter de haven kan maar driehonderd van de tweeduizend mensen per dag verwerken, vandaag leidde dat in de verzengende hitte tot wat geduw en getrek onder de mensen die de levensgevaarlijke oversteek hebben overleefd. Oei, dat zou Sunweb wel eens klanten kunnen kosten. Maar ze kunnen de toeristen geruststellen; de Griekse politie heeft voortvarend ingegrepen en nu zitten de dobbernegers opgesloten in het lokale stadion, omringd door de oproerpolitie. Zodat de toeristen die van de goede kant van de Middellandse Zee komen hun verwende buikjes weer ongestoord vol kunnen eten.
Opgesloten in een stadion vanwege je komaf. Wel eens van het Vel d’Hiv gehoord? Zo nee, googel het dan maar eens. Fijne vakantie!

Terugkeer van de dode baron 2: tipje van het kistdeksel opgelicht

baron frits keverberg kessel lijk mysterie frank jacobs
Voor het eerst sinds 139 jaar wordt baron Frits weer aan daglicht blootgesteld. (foto Frank Jacobs)

Vanmorgen werd in het Limburgse Kessel een deksel gelicht dat waarschijnlijk 139 jaar lang potdicht is geweest. De loden grafkist werd 30 juni van dit jaar bij toeval opgegraven in de tuin van de middeleeuwse burcht Keverberg en behoort waarschijnlijk toe aan de kleurrijke, maar tragische baron Frits, waar ik eergisteren over schreef. De belangrijkste vraag die beantwoord moet worden: is dit wel de baron?
Het is een onwerkelijke ervaring het deksel omhoog te zien gaan. Een tijdcapsule opent zich, enkele smartphones leggen het moment vast; het jaar dat dit deksel werd gesloten, kreeg Graham Bell patent voor de telefoon die hij had uitgevonden. Die telefoon had overigens nog geen camera. Wat zou baron Frits, als hij nog had kunnen zien, gedacht hebben van de diverse auto’s die rondom de geïmproviseerde autopsieruimte op het erf geparkeerd staan? Toen Frits zijn ogen voor de laatste keer sloot, bestond de allereerste auto alleen nog maar in de wilde fantasie van Karl Benz. In de periode dat Frits in die donkere kist lag, anderhalve meter onder de grond, werden twee wereldoorlogen uitgevochten. Werd de Titanic gebouwd en ging hij ten onder. Kregen Franz-Ferdinand en Kennedy de kogel. Werd het tsaristische Rusland de Sovjet Unie en viel die weer uiteen. En werd AZ ’67 niet één, maar tweemaal kampioen.

keverberg baron frits kessel frank jacobs
Het hout van de buitenkist is bijna volledig weggerot. (foto Frank Jacobs)

Ook toen de Duitsers in 1944 zijn kasteel met explosieven tot een ruïne degradeerden, lag baron Frits daar in de tuin, onbewogen. Als hij zich toen al in zijn graf heeft omgedraaid, heeft Frits en 360 graden van gemaakt. Want het skelet dat zich aan ons openbaart, ligt keurig recht, de armen op de borst gekruist. De loden binnenkist is zelfs versierd en we vinden resten van binnenbekleding, wat onze eerdere theorie dat het lood was bedoeld voor het transport naar Leiden, onderuithaalt. De houten buitenkant is weggerot, waarna het zachte lood onder het gewicht van anderhalve meter aarde en anderhalve eeuw tijd is ingedrukt. Saillant detail: toen de kist werd gelicht, eerder deze zomer, trof men eronder een lege zak Croky-chips aan waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum in 1967 was. What the fuck? Waarschijnlijk heeft een muis die zak destijds in zijn holletje meegenomen en leeg gesnoept.
De fysisch antropologe en de archeoloog beginnen de botjes stuk voor stuk schoon te borstelen en te wassen. De aanvankelijke, onwennige zwijgzaamheid van de omstanders breekt. Wanneer de koffie wordt neergezet en de roerstaafjes blijken te ontbreken, merkt iemand op dat we dan maar met een vingerkootje moeten roeren. Als de voetbeentjes worden schoongeborsteld oppert iemand dat de baron blijkbaar erg goed tegen kietelen kan.

keverberg kessel baron frank jacobs
Fysisch antropologe Birgit Berk reconstrueert het schoongemaakte skelet. (foto Frank Jacobs)

Respectloos? Ach, Frits wilde zelf dat zijn lichaam de wetenschap zou dienen: krijgt hij na 139 jaar alsnog zijn zin. Aan een paar vlekjes aan de binnenkant van de ribben denkt de antropologe te kunnen afleiden dat de baron waarschijnlijk aan een zware longontsteking of TBC is overleden. Waar of niet, een dergelijk ziektebeeld strookt met wat we weten over de laatste dagen van baron Frits. Inmiddels zijn de eerste bevindingen van de antropologe binnen. Het is in elk geval een man, tussen de 1,70 en 1,80 meter, op leeftijd, gewrichten die weinig te lijden hebben gehad (dus geen fysieke arbeid) en aan drie wervels hernia. De loden binnenkist duidt op rijkdom.
Baron Frits dus? Het heeft er alle schijn van. Maar, zoals ik eergisteren al schreef, laat het mysterie een beetje mysterie blijven.

Meer hierover en beeld op onze facebookpagina.

Dit is er mis met grote organisaties

‘Wat is het probleem?’ De ICT-man klikt zijn facebook-pagina snel weg en gaat rechtop zitten. Hij lijkt op de computernerdvriend van Lisbeth Salander in Millennium, het type dat Cola uit de fles drinkt en Dr. Oetker-pizza’s eet terwijl hij in het Pentagon inbreekt.
‘Hij gaat niet over als ik word gebeld.’ Ik reik hem mijn iPhone aan.
‘Heb je al een ticket aan laten maken?’ De Lisbeths vriend-lookalike leunt weer achterover en vouwt zijn handen achter zijn nek, alsof hij mijn antwoord al weet. De vochtige plekken onder zijn armen worden zichtbaar, ik vrees dat ze naar Dr. Oetker-pizza ruiken.
‘Nee, ik dacht dat jij dat wel even..’
De ICT-man pakt zijn koffie en neemt een slok. “Haastige spoed is zelden goed,” staat op de mok gedrukt. ‘Sorry, ik heb een ticket nodig. Anders mag ik niets doen.’
Ik zucht, maar berust. Er rest me niets anders dan de helpdesk te bellen. Die zit sinds kort in Polen, want dat is goedkoper, heeft een peperdure consultant berekend. Gelukkig kan ik nog wel uitgaand bellen met mijn defecte iPhone, dus ik draai het Poolse nummer. Via een keuzemenu kom ik in een wachtrij. De ICT-man vindt dat niet erg, hij is weer zijn sociale facebookleven in gedoken.
Na een minuut of tien krijg ik een helpdeskmedewerker aan de lijn. Gewoon een Nederlander; de huur zal wel goedkoper zijn in Polen. Hij hoort mijn klacht aan en vult een formulier, sorry, ticket in. Ik probeer er niet aan te denken welk bedrag er voor dit ticket aan mijn afdeling in rekening wordt gebracht. ‘U wordt zo gauw mogelijk gebeld door de ICT-afdeling,’ stelt de in Polen residerende helpdeskmedewerker mij na vijf minuten tikken gerust. Ik had hem kunnen zeggen dat ik nou juist niet gebeld kan worden, maar aangezien ik al op de ICT-afdeling sta, laat ik dat achterwege. Ik bedank hem en verbreek de verbinding.
Op dat moment komt de ICT-man weer uit zijn facebookleven terug. ‘Kijk, ik krijg een ticket binnen!’ Hij reikt naar mijn iPhone en ik sta hem af.
‘Aha, je hebt hem op privé gezet.’ De ICT-man sweept en drukt een paar keer. ‘Nou werkt het weer.’

Terug in je kist!

In de jaren zeventig van de vorige eeuw speelde het kleine jongetje dat ik toen was met zijn vriendjes in en rond de ruïne van kasteel De Keverberg in Kessel, die vervallen maar trots op een helling aan de linkeroever van de Maas lag. Het kasteel intrigeerde ons, en mij in het bijzonder, gek als ik was op oude mysteries. Want legenden waren er genoeg rond De Keverberg. Zo zou er in de middeleeuwen een tunnel onder de Maas door zijn gegraven, waar door de bewoners in geval van belegering zouden kunnen ontsnappen. Waar die tunnel begon wist niemand, wij hebben heel wat uren doorgebracht op zoek naar dat archeologische enigma. Maar zo mogelijk nog intrigerender was het verhaal van Frits, de laatste baron van de familie Van Keverberg. Verlaten door vrouw en dochter sleet hij zijn laatste jaren als een verbitterd man in Kessel, waar hij het ook nog eens aan de stok kreeg met de gemeenteraad en de pastoor. Daarom wilde hij niet volgens de katholieke tradities worden begraven en liet hij testamentair vastleggen dat zijn lichaam na zijn dood ter beschikking zou worden gesteld aan de universiteit van Leiden.
Baron Frits stierf in 1876, maar zijn lichaam is nooit in Leiden aangekomen. Waar de stoffelijke resten wel zijn gebleven, is een mysterie dat me fascineerde en mij nooit losliet. Toen ik enkele maanden geleden op zoek was naar een historisch gegeven om een nieuw te schrijven roman op te baseren, kwam ik dan ook al gauw uit op de legende van baron Frits. Langzaam maar zeker ontspon zich een denkbeeldige intrige rond het waargebeurde gegeven van het verdwenen graf. En wat gebeurt er vandaag? Na bijna anderhalve eeuw, uitgerekend nu ik er een verhaal omheen schrijf, komt baron Frits weer boven. Vanmiddag, tijdens werkzaamheden in de kasteeltuin, stuitte een kraanmachinist op de met lood beklede grafkist met de beenderen van van wat naar alle waarschijnlijkheid baron Frits is.
Mijn hele verhaal drijft op het gegeven dat Frits’ graf onvindbaar is. Baron, je wordt bedankt. Terug in je kist!