Frank Jacobs (1966) is journalist en schrijft voor onder meer AutoWeek, GTO, AD en Lifestyle Almere. Daarnaast presenteert hij autoprogramma’s op AutoWeek TV en Discovery Channel. Hij studeerde automobiel management en Frans en woonde en werkte jarenlang afwisselend in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Spanje. In het verleden was hij muziekproducer, animateur op Franse campings, importeur en product manager van tuingereedschappen, vrachtwagenverkoper, bedrijfsadviseur en onderzoeksjournalist. Begin deze eeuw haalde hij het bloed onder de nagels van justitie vandaan met de provocerende website Tuftufclub.com. Afgelopen jaar schreef hij zijn eerste roman Afval, over het soms komische, maar meestal tragische leven met iemand met de persoonlijkheidsstoornis borderline. Inmiddels werkt hij aan De Andere Kant van het Graf, een historische thriller die naar verwachting medio 2016 klaar is.

Dit is er mis met grote organisaties

‘Wat is het probleem?’ De ICT-man klikt zijn facebook-pagina snel weg en gaat rechtop zitten. Hij lijkt op de computernerdvriend van Lisbeth Salander in Millennium, het type dat Cola uit de fles drinkt en Dr. Oetker-pizza’s eet terwijl hij in het Pentagon inbreekt.
‘Hij gaat niet over als ik word gebeld.’ Ik reik hem mijn iPhone aan.
‘Heb je al een ticket aan laten maken?’ De Lisbeths vriend-lookalike leunt weer achterover en vouwt zijn handen achter zijn nek, alsof hij mijn antwoord al weet. De vochtige plekken onder zijn armen worden zichtbaar, ik vrees dat ze naar Dr. Oetker-pizza ruiken.
‘Nee, ik dacht dat jij dat wel even..’
De ICT-man pakt zijn koffie en neemt een slok. “Haastige spoed is zelden goed,” staat op de mok gedrukt. ‘Sorry, ik heb een ticket nodig. Anders mag ik niets doen.’
Ik zucht, maar berust. Er rest me niets anders dan de helpdesk te bellen. Die zit sinds kort in Polen, want dat is goedkoper, heeft een peperdure consultant berekend. Gelukkig kan ik nog wel uitgaand bellen met mijn defecte iPhone, dus ik draai het Poolse nummer. Via een keuzemenu kom ik in een wachtrij. De ICT-man vindt dat niet erg, hij is weer zijn sociale facebookleven in gedoken.
Na een minuut of tien krijg ik een helpdeskmedewerker aan de lijn. Gewoon een Nederlander; de huur zal wel goedkoper zijn in Polen. Hij hoort mijn klacht aan en vult een formulier, sorry, ticket in. Ik probeer er niet aan te denken welk bedrag er voor dit ticket aan mijn afdeling in rekening wordt gebracht. ‘U wordt zo gauw mogelijk gebeld door de ICT-afdeling,’ stelt de in Polen residerende helpdeskmedewerker mij na vijf minuten tikken gerust. Ik had hem kunnen zeggen dat ik nou juist niet gebeld kan worden, maar aangezien ik al op de ICT-afdeling sta, laat ik dat achterwege. Ik bedank hem en verbreek de verbinding.
Op dat moment komt de ICT-man weer uit zijn facebookleven terug. ‘Kijk, ik krijg een ticket binnen!’ Hij reikt naar mijn iPhone en ik sta hem af.
‘Aha, je hebt hem op privé gezet.’ De ICT-man sweept en drukt een paar keer. ‘Nou werkt het weer.’

Terug in je kist!

In de jaren zeventig van de vorige eeuw speelde het kleine jongetje dat ik toen was met zijn vriendjes in en rond de ruïne van kasteel De Keverberg in Kessel, die vervallen maar trots op een helling aan de linkeroever van de Maas lag. Het kasteel intrigeerde ons, en mij in het bijzonder, gek als ik was op oude mysteries. Want legenden waren er genoeg rond De Keverberg. Zo zou er in de middeleeuwen een tunnel onder de Maas door zijn gegraven, waar door de bewoners in geval van belegering zouden kunnen ontsnappen. Waar die tunnel begon wist niemand, wij hebben heel wat uren doorgebracht op zoek naar dat archeologische enigma. Maar zo mogelijk nog intrigerender was het verhaal van Frits, de laatste baron van de familie Van Keverberg. Verlaten door vrouw en dochter sleet hij zijn laatste jaren als een verbitterd man in Kessel, waar hij het ook nog eens aan de stok kreeg met de gemeenteraad en de pastoor. Daarom wilde hij niet volgens de katholieke tradities worden begraven en liet hij testamentair vastleggen dat zijn lichaam na zijn dood ter beschikking zou worden gesteld aan de universiteit van Leiden.
Baron Frits stierf in 1876, maar zijn lichaam is nooit in Leiden aangekomen. Waar de stoffelijke resten wel zijn gebleven, is een mysterie dat me fascineerde en mij nooit losliet. Toen ik enkele maanden geleden op zoek was naar een historisch gegeven om een nieuw te schrijven roman op te baseren, kwam ik dan ook al gauw uit op de legende van baron Frits. Langzaam maar zeker ontspon zich een denkbeeldige intrige rond het waargebeurde gegeven van het verdwenen graf. En wat gebeurt er vandaag? Na bijna anderhalve eeuw, uitgerekend nu ik er een verhaal omheen schrijf, komt baron Frits weer boven. Vanmiddag, tijdens werkzaamheden in de kasteeltuin, stuitte een kraanmachinist op de met lood beklede grafkist met de beenderen van van wat naar alle waarschijnlijkheid baron Frits is.
Mijn hele verhaal drijft op het gegeven dat Frits’ graf onvindbaar is. Baron, je wordt bedankt. Terug in je kist!

Ilse was een tijdje geleden haar baan kwijtgeraakt. Sindsdien zwierf ze door de flat, met onder haar ene arm haar ziel en onder de andere een fles wijn, op zoek naar gezelschap en tijdverdrijf. (fragment uit Afval)

http://www.frankjacobs.nl/167/

De Andere Kant van het Graf (synopsis)

Na de dood in 1921 van een onbeduidende non in een Limburgs klooster lijkt de oude adellijke familie Van Keverberg Van Kessel definitief uitgestorven. Lijkt, want bijna een eeuw later blijkt dat de laatste baron in de mistroostige avond van zijn leven dingen in gang heeft gezet die hun dodelijke tentakels tot het heden uitstrekken. Plotseling wordt om zijn nalatenschap op leven en dood gestreden, maar waarom? Uiteindelijk kan alleen nog het graf van de baron verdere escalatie voorkomen, maar niemand weet waar dat zich bevindt.

Ineens kwam de bijna onweerstaanbare drang in me op om de hele stapel omver te schoppen. Die vervloekte drank, die in staat was om het leven van een gezonde, mooie vrouw en haar baby volledig naar de knoppen te werken. In gedachten zag ik de stapel dozen wankelen, omvallen en met luid gerinkel op de betonnen vloer van de supermarkt aan scherven vallen. Ik zag de plas zure alcohol groeien en zich vermengen met het straatvuil dat klanten onder hun schoenen binnen hadden gebracht. Ik zag de manager er op af rennen en ik kon doen of ik er niets mee te maken had. Of ik kon zeggen dat ik per ongeluk tegen de stapel had gereden, maar dat wilde ik niet. Ik wilde hem in zijn gezicht schreeuwen dat hij niks beter was dan een vulgaire drugsdealer. Zo hard dat mijn speeksel in zijn gezicht spatte. Ik wilde hem bij de revers van zijn armoedige C&A-colbertje pakken, door elkaar schudden en achterover in de scherpe puinhopen van zijn verslavende weekaanbieding smijten. (fragment uit Afval)

http://www.frankjacobs.nl/171/

Faunacaust

Arie den Hertog heet hij, de massamoordenaar van onze tijd. De kampbeul van Lelystad. Met gepaste trots meldt hij op Omroep Flevoland dat hij een vergunning heeft gekregen om onbeperkt ganzen uit te roeien met zijn bedrijf Duke Faunabeheer. Voorlopig heeft Arie een missie: zo veel mogelijk dieren vermoorden. Kan hij op de volgende nieuwjaarsreceptie met trots melden wat hij dit jaar heeft bereikt: vijftienduizend ganzen uitgeroeid. Of, als het mee zit, zelfs twintigduizend. Het is nog niks vergeleken bij de zes miljoen joden die door de nazi’s de Styx over werden geholpen. Maar goed, je moet klein beginnen. Den Hartog vindt dat er te veel ganzen zijn en rechtvaardigt daarmee deze faunacaust. Fair enough, sommigen vonden eind jaren dertig dat er te veel mensen van een bepaald ras waren.

Te veel ganzen. Laat me dat even uitleggen: ganzen knagen aan onze gewassen. Maar wie zegt dat die gewassen van ons zijn? We delen deze wereld met talloze andere levensvormen. En pakken wat we pakken kunnen, net als de ganzen. Net als de vluchtelingen zonder zwemdiploma uit Afrika. Net als de joden waar de nazi’s zich midden vorige eeuw zo druk om maakten. Te veel ganzen? In 1980 waren er vijf miljard mensen. Daarvan hadden er drie miljard te weinig te eten (of, naar de normen van Duke: waren er drie miljard te veel). Vandaag zijn dat er zeven miljard. Een toename van veertig procent in nog geen half mensenleven; over ‘te veel’ gesproken; daar kan geen gans tegenop.

Een schone taak voor Duke Faunabeheer dus. Als je hun redenatie volgt tenminste, maar ja, met mensen vergassen kreeg je de afgelopen eeuw de handen niet op elkaar. Want wij zijn op de stoel van God gaan zitten en ‘all animals are equal’, maar zelf zijn we net even ‘more equal than others’. Dus, ondanks dat wij in nog geen tweehonderd jaar de fossiele brandstoffen hebben afgefakkeld waar de natuur honderd miljoen jaar aan heeft gewerkt, mogen wij ons gewoon exponentieel voortplanten, ondertussen de rest van de fauna ‘regulerend’. Lees beheren. Lees vergassen.

Dus pleit ik voor een ram voor de lelijke muil van Arie den Hertog. Of liever, een schop tussen zijn stinkende ballen, een flinke trap die hem impotent maakt. Want straks is het brood bij de Albert Heijn op omdat Arie den Hertog alles heeft opgekocht voor die kutkinderen van hem en heb ik daarom niks te vreten. Dat moeten we toch niet willen?